Militair.net
Het is wo jul 30, 2014 10:14 pm
Welkom op het forum van Militair.net!
U kunt lid worden van het militaire forum door in het menu hierboven op de knop registreren te klikken. Wanneer u geregistreerd bent kunt u berichten plaatsen en reageren op onderwerpen. We hopen u binnenkort ook op het forum welkom te heten!



Plaats een nieuw onderwerp Dit onderwerp is gesloten, je kan geen berichten wijzigen of nieuwe antwoorden plaatsen  [ 31 berichten ]  Ga naar pagina 1, 2, 3  Volgende
Auteur Bericht
 Berichttitel: Sabotage & Survival op de Hardangervidda - W. van der Mugge
BerichtGeplaatst: do jul 23, 2009 11:05 am 
Avatar gebruiker
Offline
Militair.net Medewerker
Militair.net Medewerker

Berichten: 7496
Woonplaats: Nederland
Sabotage & Survival op de Hardangervidda DEEL 1.
door Willem van der Mugge

Afbeelding

Inleiding
In 1938 ontdekte Professor Otto Hahn in het Kaiser Wilhelm Instituut in Berlijn het verschijnsel kernsplitsing. Het bleek dat de combinatie van Deuteriumoxide (D2O) en uranium tot een controleerbare splitsing kon leiden. Dit proces maakte de ontwikkeling van kernernergie, maar ook van een kernwapen mogelijk.

De enige plaats ter wereld waar in die tijd op grote schaal Deuteriumoxide werd geproduceerd was in een fabriek in Vemork, gelegen in de Rjukanvallei in het midden van zuidelijk Noorwegen, aan de rand van het Hardangervidda plateau.
Deuteriumoxide, ook wel zwaarwater genoemd, was een bijproduct van het produceren van waterstof.
Waterstof wordt gebruikt voor de productie van ammoniak wat op zijn beurt weer gebruikt wordt voor de fabricage van kunstmest.

Churchill geloofde aanvankelijk niet in de mogelijkheid van het produceren van “een sinister nieuw soort explosief waarmee de vijand vernietigd zou kunnen worden”. Alleen een handvol vooraanstaande wetenschappers was zich van het gevaar bewust. Albert Einstein had president Roosevelt al gewaarschuwd over de snelle vorderingen die gemaakt werden op het gebied van nucleair onderzoek in Duitsland. Daarop werd in Amerika het bekende Manhattan project gestart en werden grote sommen geld beschikbaar gesteld aan een groep geleerden die de achterstand op de ontwikkelingen die in Duitsland gaande waren in te lopen.
Tot opluchting van de Geallieerden was het de Franse chemicus Curie gelukt om de reeds geproduceerde voorraad zwaar water uit Noorwegen te smokkelen voordat de nazi’s het land binnenvielen. Via Nederland en Frankrijk werd het zwaarwater
naar Engeland getransporteerd.

In Whitehall sloegen in mei 1941 alle stoppen door, de nazi’s wilden de productie van zwaar water in de fabriek van Norsk Hydro in Vemork opvoeren tot 500 kg per maand. Niemand hoefde zich af te vragen waar de nazi’s deze hoeveelheden zwaar water voor nodig hadden, namelijk de ontwikkeling van een atoombom.
Dit bericht was binnen gekomen via inlichtingen die verzameld werden door het Noorse verzet en het werd meteen geclassificeerd als TopSecret.

Tegen het einde van 1941 kwam het bevel vanuit Berlijn om de productie te verdrievoudigen, er was nu geen twijfel meer mogelijk, Hilter zette alles op alles om de race om de atoombom te winnen.
De productie van zwaarwater stond onder leiding van Professor Leif Tronstad, hij kreeg van de nazi’s de opdracht om de installatie die nodig was voor de productie van zwaarwater uit te breiden om aan de vraag te kunnen voldoen. Tronstad probeerde op allerlei manieren de aanleg te vertragen en verontreinigde de reeds geproduceerde voorraad zwaar water met visolie. De nazi’s begonnen Tronstad te wantrouwde en op aanraden van Engeland vluchtte hij via het neutrale Zweden naar Engeland. Hier aangekomen werd hij benoemd tot hoofd van de sectieIV van het Noorse oppercommando. Sectie IV was verantwoordelijk voor de coördinatie van het verzamelen van inlichtingen en van sabotage acties in Noorwegen. Dit gebeurde in
samenwerking met de engelse dienst SOE.

Special Operations Excutive was een geheime organisatie die tijdens WOII werd opgericht met het doel “to set Europe ablaze” zoals Winston Churchill het uitdrukte. Dit werd bereikt door in de bezette gebieden guerrillaen sabotageacties op te zetten, ook werden in deze gebieden geheime agenten gedropt die onder andere voor verbindingen met Engeland konden zorgen. SOE was dus de geijkte organisatie om een sabotage aanval op de zwaarwater fabriek in Vemork te leiden. Een groot nadeel was echter dat SOE geen agenten in het Telemarken gebied had, ook het vervoer van agenten naar het gebied was een probleem, Rjukan ligt namelijk 225 km van de Atlantische Oceaan en 225 km van de Olso fjord. Agenten zouden dus nog een lange weg af moeten leggen nadat men hen met een schip aan land hadden afgezet. Daarom werd besloten de sabotagegroep per parachute op het Hardangervidda plateau te droppen. Men moest dan na afloop van de actie naar Zweden zien te ontkomen, hoe was echter nog de vraag.

Het zat de planners van de aanval op de fabriek van Norsk Hydro plotseling mee toen in maart 1942 de 23 jarige Einar Skinnerland in Aberdeen aan wal stapte van een door hem en vijf andere jonge Noren gekaapt stoomschip Galtessand. Einar was geboren en getogen in de Rjukan vallei, kende iedereen in het gebied en door zijn functie als technicus bij Norsk Hydro kende hij ook veel mensen in de fabriek. SOE kon zich geen betere agent wensen, voor zijn ontsnapping naar Engeland had hij zijn werkgever gezegd dat hij zijn jaarlijkse vakantie opnam. In Engeland kreeg hij in 10 dagen tijd een verkorte agentenopleiding, inclusief het bedienen van een radioset, het werken met explosieven en het verkrijgen van informatie. In de nacht van 28 op 29 maart 1942 landde hij per parachute op de Hardangervidda. De volgende dag meldde hij zich weer vrolijk op zijn werk en vertelde zijn collega’s dat hij van een ontspannen vakantie had genoten. Alle Noorse agenten hadden een vogel als codenaam en die van Skinnerland was GROUSE, korhoender. Zijn operatie kreeg de titel Grouse1.

Afbeelding
Volgens Leo Marks, is Skinnerland opgehaald uit Noorwegen door Odd Starheim, een verzetstrijder van het eerste uur die mede verantwoordelijk was voor het tot zinken brengen van de Bismarck in een fjord in Noorwegen. Hij wist nog een aantal anderen mee te krijgen op de boot die hij kaapte om met Skinnerland weer terug naar Engeland te kunnen komen. De marconist van Starheim, Tomstadt, informeerde SOE over de komst van Skinnerland en Starheim en vroeg luchtdekking voor de boot aan.

_________________
Met vriendelijke verzamelgroet,
Henk-Willem
SRO lid
AFP #41
DGO #3009
OMSA M#8014
GMIC #5812
_________________
Once the rockets are up, who cares where they come down? That's not my department. (W. von Braun)


Omhoog
 Profiel  
 
 Berichttitel: Re: Sabotage & Survival op de Hardangervidda - W. van der Mugge
BerichtGeplaatst: do jul 23, 2009 3:24 pm 
Avatar gebruiker
Offline
Militair.net Medewerker
Militair.net Medewerker

Berichten: 7496
Woonplaats: Nederland
Operatie GROUSE2
Voor de zomer van 1942 begonnen SOE instructeurs onder de deelnemers van de agentenopleiding de besten te selecteren die deel zouden kunnen nemen aan de meeste gewaagde operatie aller tijden. Alle deelnemers aan de loodzware opleiding waren jonge Noren die uit Noorwegen ontsnapt waren en vrijwillig dienst hadden genomen bij de Norwegion Independant Compagny, ook wel de Linge Compagnie genoemd.

De compagnie had zijn naam te danken aan Kapitein Martin Linge, die tijdens een commandoactie in Noorwegen door een Duitse sluipschutter gedood was. Men was niet alleen op zoek naar uitstekende soldaten, maar zij moesten tevens echte bergsportmensen zijn, die alle uitdagingen van de natuur aan zouden kunnen. Uiteindelijk werden er 10 mannen geselecteerd: Jens Anton Poulsson, Arne Kjelstrup, Knut Haukelid, Claus Helberg, Knut Haugland, Joachim Rønneberg, Birger Strømsheim, Hans Storhaug, Kasper Idland en Frederik Kayser.

Terwijl de top van de engelse militaire planners onderling overhoop lag over de te volgen strategie besloot SOE een kwartiermakers op de Hardangervidda te droppen. Poulsson, een ervaren bergbeklimmer, werd als leider gekozen, hij koos Helberg, Haukelid, Haugland en Kjelstrup en vormde daarmee de deelnemers van operatie Grouse2.

Poulsson was een opvallende figuur met altijd een pijp in zijn mondhoek geklemd. Via een reis door vier continenten was hij in Engeland aangekomen. Hij kwam uit Rjukan en kende de omgeving op zijn duimpje en hij had als kind ook gezien hoe de fabriek van Norsk Hydro gebouwd werd. Zijn hele familie woonde nog steeds in Rjukan, maar hij mocht tijdens de operatie onder geen beding contact met hen opnemen.

Haukelid was bij de instructeurs opgevallen omdat hij naast zeer intelligent, ook heel scherp was en hard werkte. Hij was een goede onderofficier die heel berekenend was en goed leiding kon geven. Al in het begin van de oorlog hield hij zich bezig met verzet acties tegen de bezetter. Hij was medeorganisator van de zogenaamde “Shetland bus” en een illegale bootverbinding tussen Schotland en Noorwegen Samen met Sverre Midskau en Max Manus blies hij in Trondheim een onderzeebootbasis op. Na deze actie vluchtte hij naar Zweden en via Stockholm kwam in Engeland terecht.

Helberg was ook inwoner van Rjukan, hij had op de lagere school naast Pulsson in de schoolbank gezeten. Hij was instructeur bij de Noorse bergsport vereniging, maar toen in Europa de oorlog uitbrak nam hij dienst in het Noorse leger. Werd krijgsgevangen genomen, ontsnapte en ging weer als berginstructeur werken. Toch moest hij op gegeven moment naar Zweden vluchten en begon vervolgens als koerier voor de illegaliteit berichten uit Noorwegen naar Zweden te smokkelen. Op dat moment was er namelijk nog geen radiostation in Noorwegen dat contact met Engeland had. Na gevangschap in Zweden werd hij door tussenkomst van de Engelsen op een vliegtuig naar Engeland gezet. Claus had de eigenschap altijd in problemen te komen, maar hij zag altijd ook kans om zich er weer uit te redden.

Haugland was een radiobedienaar/marconist van de eerste orde, hij had voor de oorlog op een handelsschip gevaren en hij had deelgenomen aan de achterhoede gevechten na de Duiste inval in Noorwegen. Tijdens de bezetting werkte hij in een radio fabriek en begon hij voor het verzet te werken. Na drie keer gearresteerd te zijn geweest, vluchtte hij naar Zweden en wist Engeland te bereiken waar hij dienst nam in de Linge Compagnie.

Kjelsrup was in Rjukan geboren, maar groeide op in Olso. Hij besteedde echter veel tijd in Telemarken en
kon zich daar uitstekend redden. Hij was klein, maar stevig gebouwd, was loodgieter en had een enorm
gevoel voor humor. Lef had hij ook, tijdens de Duitse invasie in Noorwegen had hij met nog iemand anders
een Duitse colonne aangevallen die het binnenland introk. Hij had Poulsson op de boot van Canada naar
Engeland ontmoet en Poulsson was onder de indruk geraakt van deze kleine man.

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding

_________________
Met vriendelijke verzamelgroet,
Henk-Willem
SRO lid
AFP #41
DGO #3009
OMSA M#8014
GMIC #5812
_________________
Once the rockets are up, who cares where they come down? That's not my department. (W. von Braun)


Omhoog
 Profiel  
 
 Berichttitel: Re: Sabotage & Survival op de Hardangervidda - W. van der Mugge
BerichtGeplaatst: do jul 23, 2009 3:40 pm 
Avatar gebruiker
Offline
Militair.net Medewerker
Militair.net Medewerker

Berichten: 7496
Woonplaats: Nederland
De voorbreidingen
Tegen de tijd dat de Grouseleden geselecteerd werden was de SOE een maatschappij op zich geworden, met zijn eigen industrie, wetten en cultuur. Om agenten te rekruteren en op te leiden was een enorme infrastructuur opgezet. Opleidingscholen, onderzoekcentra en verschillende hoofdkwartieren werden her en der in Engeland opgezet. Bestaande fabrieken werden omgebouwd om speciale uitrusting te produceren zoals wapens, radioapparatuur voor geheim gebruik, valse documenten, kleding en andere benodigdheden.

Afbeelding
Fabriek voor zendapparatuur. Foto Ken Brooks

De mannen van Grouse en hun kameraden van de Linge Compagnie werden grondig doorgelicht in de Royal Victoria Patriotten school in Wandsworth Common bij Londen. Hier vielen de echte talenten op en werden de mindere goden verwijderd, ondanks het feit dat men bij SOE om geschikte mensen zat te springen. Een van de methoden om te kijken of iemand voldeed, was hem volgieten met drank en dan proberen om informatie uit hem te krijgen. Er werd zelfs ’s nachts geluisterd of men niet in zijn slaap praatte. In de diverse SOE “Stations”werd de mannen van Grouse geleerd hoe men een basis op moest zetten en van daaruit agenten moest werven en opleiden. Hoe men parachutedroppings moest organiseren om mensen en voorraden binnen te halen. Hoe men inlichtingenbronnen op moest zetten, sabotageacties plannen en uitvoeren en ook werd geleerd hoe men radiosets moest bedienen.

Na de selectieprocedure werden de Noren eerst drie weken naar een cursus gestuurd waar de lichamelijke conditie op peil gebracht werd en waar men getraind werd in gebruik van kaart en kompas. Tevens kreeg men daar een wapenopleiding. Vervolgens werden deze trainingen geïntensiveerd in Schotland, hier ontving men ook een survivaltraining. Als men hiervoor slaagde werden de cursisten weer naar Engeland gestuurd, waar men een parachutisten opleiding kreeg. Hier kreeg men ook onderwijs in communicatie en propaganda.

Communicatie tussen Grouse en Engeland was van vitaal belang voor de komende operatie. In 1942 was het de SOE gelukt om zich qua communicatie los te maken van de SIS en een eigen communicatie netwerk op te zetten met een eigen coderingsysteem en twee communicatiestations: Poundon in Oxfordshire en GrendonUnderwood in Buckinghamshire.

Afbeelding
Grendon-Underwood.

Het feit dat men voor deze operatie Noren had gekozen lag in het simpele feit dat geen Engelsman voldoende op een Noor leek en accentloos Noors zou kunnen spreken. Geen Engelsman zou overigens een winter in Noorwegen kunnen overleven, daarvoor zijn de omstandigheden te extreem. Noren waren in deze barre omstandigheden opgegroeid en wisten hoe zij er mee om moesten gaan om te overleven. In Schotland benaderden de winters die van Noorwegen, hier kon men gedurende een aantal maanden crosscountry skioefeningen doen. Het Noorse station (STS 26) in Schotland was gevestigd in Drumintoul en Glenmore bij Aviemore bij het voorgebergte van de Cairngorms. Eigenlijk waren het Victoriaanse jachthutten gelegen aan een meer vol forellen en rivieren met zalmen. Het was dan ook niet verwonderlijk dat de cursisten hun leger rantsoenen aanvulden met wat ter plekke ruim voorhanden was. Helberg werd eens gepakt door een jachtopziener terwijl hij op zalm aan het vissen was. Van zijn officieren kreeg hij een flinke uitbrander, niet zozeer voor het stropen, maar vooral omdat hij gepakt was. Soms gebruikten de Noren wat al te onorthodoxe methoden om aan vis te komen: men gooide eenvoudig een paar handgranaten in het water..

Grouse kreeg in deze omgeving een zware training om zich ongezien door het terrein te verplaatsen, geruisloos door struiken te sluipen, rivieren over te steken, maar er werd ook veel aan conditietraining gedaan om vermoeidheid en stress te kunnen weerstaan. Voor Poulsson, die als kind al in de bergen rond gezworven had, was de periode in Schotland erg aangenaam, maar later zei hij dat niemand in Engeland hem hoefde te vertellen hoe men op elkaar moest letten of hoe men in de bergen moest overleven.

Na deze cursus ging men naar STS 51 in Ringwood in de omgeving van Manchester en hier kregen de leden van Grouse de gevreesde parachutetraining. Het trainen van sprongen gebeurde namelijk niet vanuit een vliegtuig, maar vanaf platforms en vanuit ballonen. De training werd afgesloten met een nachtsprong vanuit een ballon op 500 meter hoogte. Weigerde men te springen dan werd men uit de opleiding verwijderd.

In Aston House in Hertfordshire werden de cursisten getraind in ongewapend vechten, in het gebruik van kleine vuurwapens en hoe men met behulp van explosieven bruggen, dammen, treinen, fabrieken, schepen en haveninstallaties kon vernietigen.

Als laatste kreeg men een training in Beaulieu, het statige huis van Lord Montagu in New Forest. Hier kreeg men onderricht in de verfijndere technieken van veld operaties, het vervalsen van documenten, het coderen van radioboodschappen, met maken van microfilms en hoe men uit handen van de vijand moest blijven. Desondanks kregen de leden van Grouse ook een training in ondervragingstechnieken en wat men daarbij wel en niet moest prijsgeven. Bij deze cursus werd de werkelijkheid, behoudens echte foltering, zo dicht benaderd dat het voor de mannen een beangstigende ervaring was, compleet met een Duits sprekende Gestapo-officier.

Na drie maanden had Grouse de volledige cursus doorlopen en werd met men met een stapel bankbiljetten in de hand Londen ingestuurd om hun winteruitrusting te kopen. Zij konden namelijk zelf als besten beoordelen wat nodig zou zijn bij een temperatuur van 30 graden Celcius en waarbij de windchillfactor het nog een keer zo koud maakte. Maar de firma die de uitrusting zou kunnen leveren konden de gevraagde spullen echter niet leveren als gevolg van de oorlog. Uiteindelijk wist de meest materialen in een dumpwinkel in Dumfries te krijgen, deze verkocht namelijk Noors surplus legermateriaal. De skiuitrusting werd verkregen van een firma in IJsland en van een opslagplaats in Schotland waar gevluchte Noren hun uitrusting achterlieten. De slaapzakken waren echter een ander verhaal, deze werden op aanwijzingen van de Noren met de hand gemaakt. Zij moesten tegen de extreme kou geschikt zijn, maar moesten ook waterdicht en compact zijn.

Aan het einde van de zomer van 1942 begon het plan om de zwaarwater productie te saboteren enige vorm te krijgen. De nachten in Noorwegen begonnen al weer langer te worden en men besloot de kwartiermakers in de vorm van de Grouse groep op de Hardangervidda te droppen, zij zouden de Britse airborne troepen binnen kunnen loodsen en verkenningen kunnen uitvoeren. Daarna zou men verzetsgroepen op kunnen gaan leiden voor de Noorse verzetsbeweging MILORG. Zij mochten echter onder geen beding voor de zwaarwater operatie contact met leden van Milorg opnemen om de geplande operatie niet in gevaar te brengen. Grouse moest wel zo snel mogelijk radiocontact met Londen maken en dropzones opzetten voor de levering van wapens en andere uitrusting. Alle Grouseleden kregen valse identiteitspapieren mee: Haugland en Helberg waren studenten, Poulsson was monteur en Kjelstrup was een rørlegger (loodgieter).

Einar Skinnerland zou via een codebericht via de BBC op de hoogte worden gesteld van de komst van Grouse. Indien mogelijk moest hij een lichtbaken plaatsen waar de dropping plaats vond, zodat de RAF minder moeite zou hebben met het vinden van de dropzone. In een van te voren afgesproken ontmoetingspunt, een hut in de heuvels van de Hardangervidda, zou de broer van Einar, Torstein Skinnerland, contact met hen zoeken. Knut Haukelid die een belangrijke rol zou spelen in operatie Grouse moest afhaken wegens een schietongeluk. Hij had zichzelf tijdens een oefening in zijn voet geschoten.

Tegen het einde van de zomer was de groep meer en meer gefrustreerd geraakt doordat de missie om verschillende redenen steeds werd uitgesteld. Of het weer werkte niet mee, of er waren technische problemen met het vliegtuig. Al twee keer waren zij gepakt en wel in Wick in het vliegtuig gestapt, maar beide keren waren zij onverricht ter zaken weer naar Wick teruggekeerd. De eerste keer konden piloten de dropzone niet vinden door laag hangende bewolking en de tweede keer kreeg het vliegtuig mechanische problemen en moest terugkeren.

Om de mannen bezig te houden kreeg het team in Londen een aantal extra lessen in coderen en decoderen van radioberichten. De lessen werden gegeven door het hoofd van de afdeling cryptologie van SOE, Leo Marks. Deze was al in een vroeg stadium op de hoogte van de komende operatie. Hij was degene geweest die de niet te ontcijferen berichten van Einar Skinnerland gekraakt had.

Leo Marks: “Er was iets heel aparts aan de berichten van Skinnerland. Soms gaf hij zijn berichten door via een operator die een zender bediende, maar meestal werden de berichten naar Zweden gesmokkeld en vandaar uit met diplomatieke post, of via een directe telegraaf verbinding, naar Engeland verstuurd.

Ik was al twee dagen bezig om weer eens een bericht van hem te decoderen toen Kolonel Wilson mij belde met de mededeling dat ik dit bericht binnen een uur ontcijferd moest hebben. Hij nam blijkbaar aan dat indien ik zijn eerste bericht had kunnen kraken, ik geen moeite meer met dit bericht zou hebben.

Dit was de eerste van een hele serie niet te kraken berichten en het was slechts een opwarmertje voor wat mij nog te wachten stond. Plotseling wist ik echter wat Skinnerland had gedaan, door een aantal codegroepen uit het bericht samen te trekken kreeg ik het woord woeste in de eerste regel en direct daaronder het woord Vemork in de tweede regel.
Meteen nam ik contact op met GrendonUnderwood.

De dienstdoende marconist was al in verbinding met Skinnerland en hij stond op het punt hem te vragen het bericht te herhalen. Ik zei tegen het afdelingshoofd dat de het bericht niet herhaald hoefde te worden en dat Skinnerland meteen zijn zender uit moest schakelen om niet uitgepeild te worden.

Na enige tijd vond ik nog een woord wat berg leek. woesteberg, zou Wilson dat iets zeggen?”
In de loop van de tijd Kreeg Marks meer niet te ontcijferen telegrammen van Skinnerland onder ogen en tegen de tijd dat het Grouse team zijn opwachting in Londen maakte voor extra coder lessen was Leo Marks volledig op de hoogte van hum missie en het belang van de missie.

Het Grouse team was ondergebracht in een flat van de Noorse sectie van SOE in Chiltern Court en hier zouden zij van Leo marks nog een extra les in coderen en decoderen krijgen. Kolonel Wilson drong er bij Leo Marks op aan dat hij geen nietteontcijferen telegrammen van Grouse wenste te ontvangen. Daarvoor waren hun berichten te belangrijk, hoewel Wilson de indruk had dat zij niet veel berichten zouden verzenden.

Marks begon de les door iedereen een vel papier en een gedicht te geven waarna elk van hen een gefingeerd bericht op moest stellen. Het bericht moest minstens 250 karakters lang zijn en moest zowel in het Noorsals in het Engels opgesteld worden. Het viel Leo Marks op dat Haugland was nog steeds bezig met het nummeren van zijn sleutel terwijl de anderen hun eerste transpositie al bijna klaar hadden. Tenslotte zag Marks wat Haugland gedaan had, hij had het uitgereikte ruitjes papier niet gebruikt, maar had een blanco vel papier gebruikt waarop hij zelf lijnen aangebracht had. Hij gebruikte hiervoor geen liniaal maar een potlood. Haugland was aan het coderen zoals hij in Noorwegen zou coderen en op de hoogvlakte was geen boekhandel waar je ruitjes papier kon kopen. In het vervolg zou Marks iedereen een blanco vel papier geven in plaats van ruitjes papier.

Toen iedereen zijn bericht gecodeerd had moesten zij elkaars berichten decoderen. Marks was benieuwd hoe dit zou gaan en wie er nu achter zou blijven decoderen is immers iets anders dan coderen. De één is goed in coderen en een ander is goed in decoderen. Het komt zelden voor dan men in beiden even goed is.

De sfeer in de kamer was nu geladen met niet uitgesproken frustraties, dit was het moment waarop men vercijferen leert. Marks hoorde nu het geluid van brekende potloodpunten, het gebruik van vlakgum en een kreet in het Noors van Poulsson waar de rest erg om moest lachen. Op een geven moment hoorde Marks nog maar het gekras van drie potloden, iemand zat dus in de problemen: Kjelstrup. Misschien lag het aan Haugland wiens bericht hij moest decoderen. Misschien was Hauland toch niet zo goed als Marks had gedacht. Terwijl Marks de klok in de gaten hield zag hij ook dat Kjelstrup nog een lange weg te gaan had.

De rest was al klaar, maar men deed als of men nog druk bezig was, dit gaf Kjelstrup de kans om in te lopen. Deze actie voorkwam tevens dat Kolonel Wilson op de hoogte gesteld zou worden dat één man langzamer was dan de rest. Nadat Kjelstrup zijn opdracht ook klaar had keek Marks de berichten na en er zaten alleen wat kleine foutjes in. Behalve in die van Haugland. Hij had foutloos gewerkt, zijn bericht bleek geen 250 karakters lang te zijn, maar 350 en in plaats van de kortste woorden te kiezen zoals iedereen deed had hij de juist de langste woorden uit zijn sleutel gedicht gebruikt. Dit was tevens de reden waarom Kjelstrup meer tijd nodig had gehad om het bericht te decoderen. Haugland bevestigde met deze actie dat hij
qua coderen een klasse op zich was.

Op 18 oktober 1942 werd opnieuw een poging ondernomen om de mannen van Grouse met een bommenwerper naar Noorwegen te vliegen.

_________________
Met vriendelijke verzamelgroet,
Henk-Willem
SRO lid
AFP #41
DGO #3009
OMSA M#8014
GMIC #5812
_________________
Once the rockets are up, who cares where they come down? That's not my department. (W. von Braun)


Omhoog
 Profiel  
 
 Berichttitel: Re: Sabotage & Survival op de Hardangervidda - W. van der Mugge
BerichtGeplaatst: do jul 23, 2009 4:31 pm 
Avatar gebruiker
Offline
Militair.net Medewerker
Militair.net Medewerker

Berichten: 7496
Woonplaats: Nederland
Survival op de Hardangervidda
Het was een heldere avond, net na zeven uur, toen de Grouse leden plaats namen in het vliegtuig en Wing Commander Hocley en Flight Lieutenant Sutton de Halifax bommenwerper boven de Noordzee hoogte lieten winnen. Het zou echter nog vier vliegen zijn voordat men de dropzone op de Hardangervidda zou bereiken..Dit keer bleef het weer goed toen zij het Telemark gebied bereikten en begonnen te dalen voor de dropping. Het was een kristalheldere nacht en de leden van de Grouse groep konden onder zich het ruige landschap van hun vaderland voorbij zien trekken. Zij konden de lange slingerende fjorden en meren zien, nauwe valleien en de vlakke met sneeuw bedekte bergen. Soms zagen zij de lampen van auto’s en huizen, misschien woonden daar vrienden of familie en wat was er van hen terecht gekomen de in de afgelopen twee jaren? Waren zij nog in leven, of zaten zij in concentratiekampen? Voor Poulsson, Haugland en Helberg was het helemaal een aparte thuiskomst, zij zouden hun kamp opslaan op de Hagdangervidda maar op een paar kilometer afstand van de plek waar zij geboren en getogen waren en waar hun familie nog steeds woonde. Dat hoopten zij tenminste. De Hargangervidda is een gebied van 8000 vierkante kilometer, een vrijwel onbewoonde wildernis waar het winter begon te worden waardoor het veranderde in een ontoegankelijke bevroren woestenij voor de komende zes maanden. De Hardangervidda is een verzameling van rotsen, meren, rivieren en stroompjes, het klimaat is dusdanig dat er vrijwel niets groeit en er komen ook bijna geen dieren voor, afgezien van rendieren, korhoenders, sneeuwhoenders en een enkele poolvos. Voor mensen is het daar in de winter levensgevaarlijk. Op een heldere dag lijkt het terrein op de poolgebieden in Canada; alleen rotsen en ijs zover als het oog reikt. Op de lager gelegen delen komen berkenbosjes voor, aan de meren ligt hier en daar een jagershut, maar verder is er niets, helmaal niets, totale leegte. De Hardandervidda is een gebied waar mensen graag komen, maar slechts weinigen kunnen in deze barre omgeving overleven.

Afbeelding
Foto Willem Mugge 2006

Toen de Nazi’s Noorwegen bezetten trokken zij om het gebied heen en wanneer zij op de Hardangervidda naar verzetstrijders, of naar zogenaamde Britse parachutisten zochten, trokken nooit verder dan een have dagmars het gebied in, zodat zij er weer uit waren voordat het avond werd.

Voor hen was dit een verschrikkelijke plek, een bevroren hel op aarde. Maar voor de mannen van Grouse zou dit gebied hun thuis worden. Toen het vliegtuig de dropzone naderde opende sergeant Hill, de RAF belader, het luik in de bodem van het vliegtuig. Het was tijd om te springen. De harten van de jonge Noren begonnen nog sneller te kloppen, niet alleen van opwinding, maar ook van angst, hun oorlog stond op het punt te beginnen. De vier stonden op rij om te kunnen springen, gekleed in paraoveralls en beladen met uitrusting toen de vrieskoude vanuit de opening in het vliegtuig hen trof. Om 23.18 uur wierp sergeant Hill eerst zes containers af met de uitrusting van Grouse, daarna volgden op rij,Poulsson, Haugland , Kjelstrup en Helberg sprong als laatste de ijskoude nacht in. De eerste seconden na de sprong waren de vier commando’s volslagen hulpeloos, zij sprongen met een zogenaamde staticline, een koord dat pas na 5 meter van hun val de parachute uit de rugzak trok. Het was van belang niet te aarzelen en snel achter elkaar aan te springen omdat het vliegtuig met een snelheid van 70 meter per seconde doorvloog. Als je te lang wachtte kon je er met een simpel rekensommetje achter komen dat je honderden meters van je kameraden terecht zou komen, of in het slechtste geval de dropzone zou missen. Maar de vier sprongen precies zoals de belader hen opdroeg: met intervallen van twee seconden.

Poulsson herinnerde zich later: “Ik denk dat wij allemaal gespannen waren toen wij door de opening in het vliegtuig sprongen, maar wij waren ook verheugd om Noorwegen weer naar ons toe te zien komen”. Sergeant Hill gooide nog snel twee pakketten naar buiten en smeet daarna snel het luik dicht. Toen het vliegtuig een bocht maakte om op heimelijk weer naar huis te vliegen, zag de bemanning een perfecte lijn van twaalf parachutes die in het heldere maanlicht naar de aarde zweefden.

Commandant Hockley schreef in zijn logboek: Exact het droppingpunt gevonden en de hele lading in één stick uitgezet. Lading gedropt vanaf een hoogte tussen de 150 en 300 meter. Al vliegend naar het zuiden, alleen sneeuw gezien op de hoge gedeelten van het terrein. De belader rapporteerde: de mannen sprongen goed en zonder aarzeling. De staartschutter meldde 12 geopende parachutes te hebben gezien en dat op het laatste pakket na iedereen veilig geland was. Wat men in het vliegtuig niet kon zien, terwijl zij op weg waren om boven Stavanger propaganda biljetten te droppen, dat de mannen en de uitrustingen met een geweldige klap tegen de grond sloegen. Het was een geluk dat niemand van ons iets gebroken had, schreef Poulsson in zijn logboek. Zodra de mannen de grond hadden geraakt ontdeden zij zich zo snel mogelijk van hun parachutes om niet met de dwarswind over de rotsen gesleept te worden, waardoor zij als nog hun botten zouden kunnen breken.

Helberg was zo hard tegen de grond gesmakt dat het hem een week kostte om van zijn verwondingen te herstellen. Gedurende de volgende uren was men bezig om de containers en de pakketten te verzamelen waar hun leven vanaf zou hangen. Om vier ’s morgens hielden zij ermee op, door de duisternis en het golfende terrein was het onmogelijk om alles te vinden. De rest van de nacht brachten zij door vlak bij de landingsplaats, opgerold in hun slaapzakken in de luwte van een rots om zich tegen de snijdende wind te beschermen. Vlak voor de mannen in hun slaapzak kropen lichtte Poulsson hen in over het doel van hun missie: zij waren de verkenners voor een groep Britse commando’s wiens taak het was de zwaarwater fabriek in Vemork op te blazen. Poulsson herinnert zich:”Voordat wij vertrokken naar Noorwegen had Kolonel Wilson mij verteld hoe belangrijk de missie was, als de Nazi’s het zwaarwater in handen zouden krijgen, zouden zij in staat zijn een deel van Londen in één klap te vernietigen”.” Ik had geen idee wat zwaarwater was en ik geloofde er geen klap van wat hij vertelde”. In die tijd kon men zich niet voorstellen dat er iets bestond wat een grotere kracht had dan een 500 pond wegende bom die net in productie genomen was.

Afbeelding

Het kostte de groep mannen twee uitputtende dagen om, al wadend door de natte sneeuw, alle gedropte uitrusting, die zich over een groot gebied verspreid had, te verzamelen. Ieder van hen vertrok in een andere richting om de containers, die deels met sneeuw bedekt waren, of tussen rotsen terecht waren gekomen op te sporen. Al met al duurde het zo lang omdat de ski uitrusting in de container zat die als laatste gevonden werd. Als zij deze container echter als eerste gevonden hadden dan had het zoeken naar de overigen slechts enkele uren gekost, maar in deze omstandigheden zijn ski’s een absolute noodzaak.

Het weer was goed in die eerste 4 uren van hun operatie, maar zij waren verbaasd toen zij uiteindelijk in staat waren te bepalen waar zij zich bevonden. Zij waren op de helling van een berg geland oostelijk van Fjarefit in het Songedal, 16 kilometer westelijk van het punt waar zij door de RAF gedropt zouden worden.

Afbeelding

Afbeelding

De gekozen dropzone lag in moerassen van Ugleflott, die ongeveer 35 kilometer van Vemork lagen. Onder normale omstandigheden was het afleggen van deze afstand voor de zeer ervaren skiers van de Grouse groep geen probleem. Het probleem was echter dat zij ongeveer 300 kilo aan uitrusting moesten dragen, inclusief eten voor een maand, radio apparatuur en wapens. Men besloot de helft van de uitrusting op een veilige plaats achter te laten en dit na beëindiging van de actie weer op te graven, maar zij moesten wel al het eten meenemen, want zij mochten onder geen beding contact opnemen met de plaatselijke bevolking.

Tot overmaat van ramp was hun kachel tijdens de dropping defect geraakt en hierdoor konden zij nu niet meer dwars door de bergen trekken. Warmte, om kleding te drogen en op mee te koken, is noodzakelijk in dergelijke winterse omstandigheden. De Grouse groep realiseerde zich dat zij zich schuil moesten houden en door het Songedal moesten trekken, hier zouden zij in staat zijn om een vuur aan te leggen met berkenhout.

Op 21 oktober, drie dagen na hun aankomst, stak er een geweldige sneeuwstorm op die het de mannen bijna onmogelijk maakte om de plek te bereiken die zij als basiskamp wilden inrichten. De overgang van herfst naar winter was een kwestie van enkele uren geweest.

Dergelijke sneeuwstormen waren de redenen van Amundsen en Nansen geweest om hier te trainen voordat zij aan hun poolexpedities begonnen.

Maar zelfs zij raakten hier in de problemen. De Hardangervidda is namelijk een vlakte met nauwelijks hoge bergen, maar het ligt wel 1000 meter boven zeeniveau en is op die manier geheel blootgesteld aan de elementen. Dit is een van de redenen waarom het hier heel snel kan gaan stormen en op die manier een gevaar vormt voor zelfs de meest ervaren buitensporters, zeker als er sneeuw ligt. De temperatuur kan plotseling dalen naar 30 graden en samen met de windsterkte leidt dit tot een extreme windchill factor, hierdoor ontstaan levensgevaarlijke situaties. Tijdens zo’n sneeuwstorm kun je geen hand voor ogen zien en de kans op verdwalen is zeer aanwezig en al ronddwalend raakt men heel snel onderkoeld.

De kracht van een sneeuwstorm is verschrikkelijk en in het slechtste geval is men al na een paar uur dood. Redelijk verstand, initiatief en moderne hulpmiddelen helpen maar een beetje. Overlevingstechnieken, of dat nu in het oerwoud, of in de sneeuw is, zijn kennisbronnen die gedurende vele eeuwen verzameld en opgeslagen zijn en van generatie op generatie zijn overgedragen door stammen en mensen in de hele wereld.

Om te overleven in de moeilijkste klimaten en in de zwaarste terreinen heeft men kennis nodig om deze het hoofd te kunnen bieden. Deze kennis en lef was bij de leden van Grouse meer dan aanwezig. Gezien deze omstandigheden is het niet meer dan eerlijk om toe te geven dat alleen Noren en echt alleen Noren deze operatie uit konden voeren.

Vechtend tegen de storm vertrokken Poulsson en Helberg met volle bepakking naar een vallei genaamd Haugedalen. Vanuit hun herinneringen uit hun jeugd wisten zij dat hier een hut moest staan. Tot hun wanhoop konden zij de hut echter niet vinden en moesten zij in het donker en in de mist, die plotseling in het dal was opgekomen toen de wind plotseling was gaan liggen, met volle bepakking weer terug naar de andere twee. Later kwamen zij er achter dat de hut verplaatst was naar een andere locatie. Die nacht probeerden zij vergeefs met hun radioset contact met Engeland te krijgen.

Communicatie was überhaupt een probleem in Noorwegen als gevolg van de nauwe dalen, de steile hellingen en het verschrikkelijke winterweer. SOE slaagde er echter in een radioset te produceren die voldoende vermogen had om toch contact te maken, de beroemde B2 “suitcase” set. Deze zendinstallatie was verpakt in een alledaags koffertje. Grouse had echter het geluk om over Knut Haugland te kunnen beschikken, hij was waarschijnlijk de beste radiobedienaar in bezet gebied gedurende de hele oorlog. Maar ook hij was echter niet in staat contact te maken. Bij SOE begon zich men ernstige zorgen te maken wat er met de verkenners gebeurd zou kunnen zijn. Zou hun komst uitgelekt zijn en stond er al een Nazi ontvangstcomité op hen te wachten? Misschien waren het vliegtuig en de parachutes gezien, of misschien was een van hen ernstig gewond geraakt tijdens de landing? Dit waren allemaal mogelijkheden die SOE al eerder mee had gemaakt met het droppen van agenten achter de vijandelijke linies. Denk hierbij aan het Englandspiel, waarbij tientallen agenten direct na hun dropping in de handen van de Nazi’s vielen.

De volgende dag vertrokken de vier om een tocht te maken die Poulsson een zware en afmattende mars noemde. Zij moesten ongeveer 250 kilo aan uitrusting verplaatsen waaronder: een radioset, twee accu’s, een Eureka radiobaken, een handgenerator, velduitrusting, een wit geschilderde Stengun en voldoende voedsel voor dertig dagen, verdeeld in kleine rantsoenen. De totale uitrusting werd verdeeld in 8 ladingen van elk 30 kilo. Dit betekende dat de groep elke trip twee keer moest maken om alles te kunnen verplaatsen naar hun volgende stop. In hun officiële logboeken en rapporten, wordt luchtig gesproken over de uitdagingen die zij gedurende hun eerste week na aankomst ondergingen, maar tussen de regels door valt te lezen dat deze onderneming bijzonder zwaar was. De tocht door Songedalen was extreem zwaar, het ijs op de meren was nog niet betrouwbaar, het terrein was oneffen en bedekt met een laag natte sneeuw waardoor het ongeschikt was om goed met ski’s overweg te kunnen.

_________________
Met vriendelijke verzamelgroet,
Henk-Willem
SRO lid
AFP #41
DGO #3009
OMSA M#8014
GMIC #5812
_________________
Once the rockets are up, who cares where they come down? That's not my department. (W. von Braun)


Omhoog
 Profiel  
 
 Berichttitel: Re: Sabotage & Survival op de Hardangervidda - W. van der Mugge
BerichtGeplaatst: vr jul 24, 2009 8:35 am 
Avatar gebruiker
Offline
Militair.net Medewerker
Militair.net Medewerker

Berichten: 7496
Woonplaats: Nederland
Wanneer zij van het spoor afweken zakten zij tot aan hun knieën in de natte sneeuw weg. De storm was een voorbode geweest van zachter weer en aan hun ski’s bleven grote klonten sneeuw plakken waardoor zij nog langzamer vooruit kwamen. Zij hadden weliswaar voldoende skiwas meegenomen, maar dit wilden zij bewaren voor de terugtocht na de aanval. Volgens Helberg was het verse sneeuw en de temperatuur was niet erg laag, daarom bleef het aan onze ski’s plakken.

Langlaufen is onder de juiste omstandigheden geweldig leuk, het schijnt een van de meest intensieve sporten te zijn die er bestaat, vrijwel alle spiergroepen worden gebruikt en er wordt veel gevraagd van hart en longen. Maar als men ondervoed is, uitgeput en koud en als de omstandigheden tegenwerken dan wordt het een pijnlijke martelgang. Het is echter nog altijd beter dan het enige alternatief, door de sneeuwbanken heen waden. Conditioneel moest Grouse in staat zijn om deze uitdagingen het hoofd te bieden na hun uitgebreide training in de Cairngorms. Zonder deze training en aanvullende spiertraining zouden zij nog veel langer met deze verplaatsing bezig geweest zijn.

Een bijkomend probleem was dat zij zich niet linea recta konden verplaatsen, zij moesten in de lager gelegen gebieden blijven om brandhout te kunnen vinden. Vuur is een absolute must in deze omstandigheden, warm eten en drinken zijn noodzakelijk, maar ook moesten zij hun natte kleding kunnen drogen omdat het nat werd van de sneeuw en van zweet, als gevolg van hun bovenmatige inspanning. Zij wilden zich zoveel mogelijk in een rechte lijn verplaatsen, maar zij waren gedwongen om steeds om rivieren en meren heen te trekken, het ijs was nog te dun om er overheen te trekken en hier en daar stond er ook nog water op het ijs waardoor hun voeten drijfnat werden. Uit het logboek van Poulsson blijkt dat hun trips belachelijk kort waren, soms maar een paar kilometer per dag. En tot overmaat van ramp brak Poulsson een van zijn skistokken en het duurde nog een maand voordat hij hem vervangen kon.

Op 24 oktober, zes dagen nadat zij geland waren, kwam de groep volledig uitgeput, nat en hongerig bij een verlaten (zomer) boerderij aan op een plek die Berunuten genoemd werd. Hier vonden zij wat vlees en meel en konden daarmee hun eerste fatsoenlijke maaltijd bereiden sinds hun aankomst in Noorwegen. Het was gebruikelijk dat men in geval van nood gebruik kon maken van de voorraden in de hutten op de Hadandervidda. Onder normale omstandigheden werd verwacht dat men de gebuikte voorraden op een later tijdstip verving, een presentje, of geld in de hut achterliet. Dit waren echter geen normale omstandigheden en de Grouse leden waren genoodzaakt voedsel en andere levensmiddelen te stelen. De eerste dagen leefden wij in een tent in de buurt van de dropzone, maar het werd te zwaar en wij wisten dat wij in de hutten in konden breken en in deze tijd van het jaar en in deze weersomstandigheden zou er niemand in de Hardangervidda zijn, aldus Poulsson. Naast voedsel vonden zij hier ook een toboggan, dit is een slee die door een skiër getrokken kan worden met behulp van een leren tuig en trekstangen.

Het bleek een bijzondere vondst te zijn, want de slee had eens aan Poulsson behoord, hij was als kind in bezit gekomen van deze slee, maar deze was verdwenen aan het begin van de oorlog. Deze vondst maakte de dagmarsen echter een stuk eenvoudiger. Het team ging dit keer slapen met een volle maag en toen zij de volgende dag wakker werden bleek het mooi weer te zijn, dit was een geweldige oppepper, zodat zij verder gingen met hun tocht langs de hellingen van de vallei..

Die dag bereikten zij de top van de Valasjå vallei, lieten hier hun lading achter en keerden weer terug naar de Berunuten boerderij. Poulsson en Kjelstrup, de sterksten van het team, gingen nogmaals met een lading naar een hut bij de Valasjå vallei en brachten daar de nacht door. Helberg en Haugland bleven op de boerderij en deden ’s nachts wanhopige pogingen om contact met Engeland te maken. Ook dit keer hadden zij geen succes en door de plotseling opgekomen mist waren zij ook niet in staat om op 27 oktober in de hut aan te komen. De volgende ochtend slaagden zij daar echter wel in en de vier vertrokken meteen weer nadat zoveel mogelijk uitrusting op de slee geladen was als maar enigszins mogelijk was. Als de bodem vlak is, is een slee een geweldig hulpmiddel en de trekkers kunnen dan een redelijke snelheid ontwikkelen.

Wanneer een slee eenmaal in beweging is blijft hij glijden en is er weinig kracht voor nodig om hem voort te trekken waardoor men weinig energie verbruikt. Dit is van belang in extreem koude omstandigheden en zeker wanneer men eigenlijk te weinig voedsel binnenkrijgt om goed te kunnen functioneren.

De groep Grouse schrok zich dood toen zij tussen Valasjådalen en Bitdalen twee mannen uit de stad Rauland tegen kwamen, de twee waren op zoek naar schapen die hier in de warmere maanden graasden en zij waren nu op weg naar hun hut. Het was hun meteen duidelijk dat de vier, gezien de hoeveelheid uitrusting niet voor hun plezier op de Hardangervidda waren. Dit was de eerste ontmoeting met mensen sinds hun aankomst tien dagen geleden en dit was een situatie waar zij gedurende hun training steeds voor gewaarschuwd waren. Zij hadden geen andere keuze dan met de mannen een gesprek aan te gaan. Tenslotte gebeurt het niet elke dag dat je in deze tijd van het aan jaar mensen in de Hardangervidda tegenkomt. De vier soldaten hielden hun engelse legeruitrusting verborgen en vertelden de mannen dat zij deel uitmaakten van een soort inlichtingendienst. De mannen moesten beloven dat zij wanneer zij terug waren in Rauland aan niemand zouden vertellen wie zij waren tegen gekomen. In eerste instantie leken zij Jøssings (trouwe Noren), maar in tijd van oorlog is dat moeilijk te bepalen. Je weet nooit met wie je te maken hebt, een Nazicolleborateur, een verzetstrijder, of patriot. Jezelf kenbaar maken kan tot arrestatie lijden en mogelijk de dood tot gevolg hebben. Klinklare nonsens vertellen zou alleen maar leiden tot verwarring, achterdocht en geruchten in de plaatselijke dorpen. De mannen stelden geen vragen en bleken vriendelijk en behulpzaam te zijn, zij haalden zelfs een hamer en spijkers uit hun hut op om de oude, door het gewicht uit elkaar vallende, slee van Poulsson te repareren.

Die avond, terwijl de mannen het Bitdalsvatnet meer bereikten, verslechterde het weer in een hoog tempo en omdat het meer nog niet bevroren was waren zij gedwongen om langs de oostelijke oever om het meer heen te trekken. Tegen de tijd dat zij een hut in de buurt van Reinar bereikten was de hele groep totaal uitgeput, zoals Poulsson het uitdrukte:”we waren behoorlijk kapot”.

Poulsson zelf had last van een kloppende steenpuist op zijn rechter hand en droeg zijn arm in een mitella. Het gezwoeg op een mager rantsoen begon ook zijn tol te eisen. Tijdens de marsdagen bestond het dagelijks rantsoen voor een kwart uit een plak pemmican (gecondenseerd gedroogd vlees vermengd met fruit en vet), een handvol havergrutten, vier beschuiten, een beetje boter, kaas, suiker, wat chocolade en een handvol tarwebloem. Onder normale omstandigheden was dit al niet genoeg voor een man om goed te functioneren, laat staan in deze ijskoude omstandigheden waarbij het lichaam alles verbruikt om warm te blijven. Daar komt nog bij dat men door diepe natte sneeuw moest waden en hiervoor was het rantsoen al helemaal niet voldoende.

De mannen besloten de groep op te splitsen, Helberg zou terugkeren naar de boerderij bij Berunuten om daar, zoveel als hij maar dragen kon, aan voedsel te stelen, terwijl Haugland opnieuw zou proberen radiocontact te maken met de stations Poundon of GrendonUnderwood in Engeland.

Poulsson en Kjelstrup zouden ondertussen een voorwaartse verkenning doen om de beste route naar de volgende hut te vinden. Hun taak was extra lastig omdat Poulsson zijn kaart vergeten had en het betreffende gebied niet kende. De bedoeling was om elkaar over drie dagen weer in Reinar te treffen.

Helberg maakte de 11kilometertrip naar Berunuten en terug onder de meest verschrikkelijke omstandigheden, de temperatuur was naar beneden gedoken en er was een storm opgestoken die over de Hardangervidda huilde vanuit het noordoosten.

Helberg en de andere leden van het Grouse team waren allen bekend met strenge winters op de Hardangervidda, maar geen van hen had verwacht dat de winter zo vroeg zou invallen en dat het gepaard zou gaan met deze temperaturen. Toen Helberg eindelijk weer in Reinar arriveerde stond hij op het punt in elkaar te zakken, hij was totaal uitgeput geraakt door zijn gevecht met de elementen. In het officiële rapport dat na de operatie werd opgemaakt schreef Poulsson over dit sterke staaltje van Helberg: Een man gaat door tot hij erbij neervalt en dan gaat hij nog een keer zo ver”. Later zei hij over Helberg:”Zelf ben ik heel praktisch ingesteld, maar Helberg was de meest praktische man in de hele groep”.

_________________
Met vriendelijke verzamelgroet,
Henk-Willem
SRO lid
AFP #41
DGO #3009
OMSA M#8014
GMIC #5812
_________________
Once the rockets are up, who cares where they come down? That's not my department. (W. von Braun)


Omhoog
 Profiel  
 
 Berichttitel: Re: Sabotage & Survival op de Hardangervidda - W. van der Mugge
BerichtGeplaatst: za jul 25, 2009 3:38 pm 
Avatar gebruiker
Offline
Militair.net Medewerker
Militair.net Medewerker

Berichten: 7496
Woonplaats: Nederland
Pulsson en Kjelstrup verging het maar weinig beter in deze erbarmelijke omstandigheden, zij waren in staat een paar kilometer af te leggen en moesten uitgeput naar de hut in Reinar terugkeren. Om het nog erger te maken, was Poulsson voor de tweede keer sinds hun aankomst door het ijs gezakt.

Er zijn zo veel meren en rivieren in de Hardangervidda dat in het water terecht komen een constant gevaar is. Onderkoeling zet heel snel in als je in het water valt en je moet binnen enkele minuten je natte kleren uittrekken en je afdrogen, anders ben je binnen enkele minuten dood. Dit is met name een probleem als je alleen bent, dit was voor de Grouseleden meestal het geval wanneer zij aan het jagen waren of op verkenning uit gingen. Als zij reserve kleding in hun rugzak hadden werd deze ook nat, dus alleen wanneer zij in elkaar’s gezelschap waren, of in de buurt van een van een hut waren die rond de meren liggen, hadden zij een kans om te overleven. Zelf uit een wak klimmen is vaak bijna onmogelijk. De beste manier om iemand uit een wak te halen is om plat op het ijs te gaan liggen en met behulp van een touw of een ski de persoon uit het wak te trekken. In dit geval was Kjelstrup in staat zijn commandant uit het wak te trekken.

Er waren echter ook een paar positieve zaken te bespeuren in deze zware dagen die allen tot op de grens van menselijk kunnen brachten. Ten eerste vonden Poulsson en Kjelstrup een goed uitgeruste hut, genaamd Folabu, waar zij konden schuilen voor de huilden storm en waar zij op krachten konden komen voor hun volgende trip. “Bu” betekent hut in het Noors en daaraan voorafgaand komt meestal de naam van de eigenaar. Ook hadden zij een ijsbrug over de rivier de Farhovd gevonden en dat scheelde hen enkele dagen van nog meer zware marsen.

Afbeelding

In Baker Street, het hoofdkwartier van SOE, begon men intussen te geloven dat het met Grouse gedaan was. Het verlies van de vier mannen was erg genoeg, maar men moest daarbij wel het doel van de missie in de gaten houden. Als Grouse niet spoedig van zich zou laten horen, dan kon men dit plan in de prullenbak gooien en was men gedwongen weer van voren af aan te beginnen.

Grouse zelf zat vreselijk verlegen om een nieuwe accu om de radioset aan de praat te krijgen, want de handgenerator werkte niet naar behoren. Poulsson besloot dat het noodzakelijk was contact op te nemen met de broer van Einar Skinnerland, Torstein, die bewaker was van de Møvatndam. Nadat de meeste uitrusting in Berunuten en Reinar hadden achtergelaten was namen zij naar Folabu alleen het meest noodzakelijke mee. Tevens werd besloten dat de Sandvatn hut bij Grasfjell als basis zou dienen om de engelse commando’s op te vangen. Ondanks dat deze hut vijf kilometer van de afgesproken landingsplaats voor de zweefvliegtuigen bij Skoland lag, was het toch een prima locatie omdat het zeer afgelegen lag en waarschijnlijk niet door de Nazi’s gevonden zou kunnen worden. Er waren ook een paar hoge bergtoppen in de buurt die geschikt zouden zijn om via de radio contact met Engeland op te nemen.

Afbeelding

Toen het viertal de hut bereikte waren zij totaal uitgeput door de vijftiendaagse trektocht in de meeste barre omstandigheden en in het zwaarste terrein wat er op het noordelijk halfrond te vinden is. Onder normale omstandigheden in dat deel van het jaar zou de tocht maar een fractie van de tijd gekost hebben, van de tijd die de mannen nu kwijt waren. Hun vastberadenheid is des te opmerkelijker gezien de beperkte rantsoenen waar men van moest leven. “Onder normale weersomstandigheden had het ons een paar dagen gekost, maar door de natte sneeuw, de nog niet bevroren grond en de meren en rivieren die nog niet bevroren waren kostte het ons verschrikkelijk veel tijd om al die uitrusting te verplaatsen”aldus Poulsson. “Het was erg vermoeiend, maar omdat wij van hut naar hut trokken waren onze nachten redelijk comfortabel. Het eten was ons probleem, We gebruikten snel al onze rantsoenen op en we kregen echt honger”.Het was nu absoluut noodzakelijk dat Haugland met Engeland contact te kreeg.

Torstein Skinnerland had hen van een nieuwe accu voorzien, wat eten en de laatste informatie over Duitse troepenbewegingen in het gebied. Bij aankomst in de hut begonnen zij onmiddellijk antennemasten op te richten en schakelden zij de radioset in.

Weer hadden zij geen succes, dit keer omdat de radioset gedurende het laatste deel van de mars nat geworden was en eerst moest drogen. Drie dagen later, op 9 november, drie weken nadat zij uit Schotland vertrokken waren stuurden zij dit bericht, een meesterlijk staaltje van understatement:

”Veilig geland ondanks alle rotsen in de buurt. Excuses dat wij niet eerder contact op konden nemen.
Sneeuw en mist dwongen ons in de dalen te blijven. Ruim een meter sneeuw maakt het bijna onmogelijk om alle apparatuur over de bergen te verplaatsen”.


Volgens Leo Marks was het bericht in eerste instantie niet te ontcijferen geweest door de FANY’s van GrendonUnderwood.

Daarom moest hij er zelf aan te pas komen. Hij wist dat ergens in het bericht de identificatie code DRIE ROZE OLIFANTEN voor moest komen en met behulp van deze zin wist hij het bericht te decoderen. Haugland had geen coderingsfout gemaakt en ook zijn seinschrift was correct geweest.

Er zaten echter een typfouten in zijn noorse code gedicht waarin de decodersleutel verwerkt was.

Afbeelding

De radioset was door John Brown ontwikkeld in opdracht van SOE en kwam in het begin van 1942 in productie. De A MkII, ook wel B2 genoemd, was de krachtigste zendontvanger van SOE. De set was alleen geschikt was voor het verzenden en ontvangen van morseberichten. Het zendvermogen was maximaal 20 watt en de set kon werken op accu’s, een meegeleverde handgenerator en op 110, of 200 Volt netspanning. De morseberichten werden volgens speciaal door Leo Marks aangemaakte gedichten gecodeerd, of gedecodeerd volgens de dubbele transpositie methode. Grouse gebruikte echter een Noors gedicht.

Haugland was een meester in dit vak en was waarschijnlijk de beste coder/decoder van alle SOE agenten gedurende de oorlog.

De koffer van de B2 beviel Haugland echter niet en hij gooide het ding weg.

Haugland had of contact met een SOE station in GrendonUnderwood (53A), of met het SOE station in Poundon(53B). Hier stonden allerlei zenders, ontvangers en antennes opgesteld om contacten te onderhouden met agenten in de bezette gebieden.

Het werkterrein strekte zich uit van Noord-Noorwegen tot en met gebieden rond de Middellandse Zee, hiervoor kon met schakelen tussen verschillende antennesystemen die in diverse richtingen straalden. Ook beschikte men over zeer krachtige zenders om ook tijdens perioden met weinig propogatie toch berichten te kunnen verzenden. Ontvangers en zenders stonden ver van elkaar opgesteld om onderlinge beïnvloeding te voorkomen. De apparatuur werd door FANY’s bediend, dit was een vrouwelijk vrijwilligerskorps.

Poundon en GrendonUnderwood stonden via een telexlijn in verbinding met SOE in Bakerstreet. Hiermee werden de door de FANY’s niet te ontcijferen berichten verzonden. Onder andere de berichten van Einar Skinnerland die door Leo Marks zelf gedecodeerd moesten te worden.

Zoals Haugland een meester was in het foutloos coderen, zo was Einar Skinnerland een meester in het verzenden van nauwelijks te decoderen berichten.

_________________
Met vriendelijke verzamelgroet,
Henk-Willem
SRO lid
AFP #41
DGO #3009
OMSA M#8014
GMIC #5812
_________________
Once the rockets are up, who cares where they come down? That's not my department. (W. von Braun)


Omhoog
 Profiel  
 
 Berichttitel: Re: Sabotage & Survival op de Hardangervidda - W. van der Mugge
BerichtGeplaatst: di jul 28, 2009 1:23 pm 
Avatar gebruiker
Offline
Militair.net Medewerker
Militair.net Medewerker

Berichten: 7496
Woonplaats: Nederland
Afbeelding
Poundon, pijl richting 60 graden zijn de antenne voor uitzendingen naar Noorwegen

Drie dagen later vroeg Haugland in een volgend bericht of de RAF de volgende voorraden kon droppen:
vervalste bonkaarten voor brood, boter, laarzen, vitamine C tabletten en horloges (de standaard horloges waren waardeloos en bijna alle leden van de groep hadden hun horloges al na enkele dagen weggegooid).

De felle sneeuwstormen en de lichamelijke uitputting die zij de afgelopen tijd hadden ervaren maakte duidelijk dat het verkrijgen van voldoende voedsel met de hoogste voedingswaarde nu de hoogste prioriteit had voor de komende weken. De voedselbonnen zou men aan Torstein geven zodat hij voedsel kon halen en dit naar de hut kon vervoeren zolang als het veilig was.

De groep deed zijn best weer op krachten te komen na hun afmattende mars naar de hut. De volgende dagen hadden zij een feestmaal, omdat Haugland een verdwaald schaap en twee lammeren in een ravijn had gevonden. “Wij hadden op dat moment erg veel honger, dus slachtten wij meteen een van de lammeren en vilde hem op de vloer van de hut”, aldus Haugland. “Wij sneden het vlees in kleine stukjes en deden het in een grote ketel met wat gedroogde bonen die wij nog over hadden uit onze noodrantsoenen. Het geheel rook verrukkelijk en wij gingen likkebaardend aan tafel. Maar toen een van ons de ketel naar de tafel droeg liet hij hem uit zijn handen vallen. Wij lagen meteen op handen en voeten op de vuile vloer die bedekt was met rendierhuiden en schepten alles op onze borden en aten alles op. Het smaakte heerlijk”.

“Als je honger hebt eet je alles. De volgende dag slachtten wij het schaap en het lam dat wij vastgebonden hadden. Er hingen labels rond de nekken van de dieren waarop stond dat zij eigendom waren van een tandarts uit ZuidNoorwegen, dus voelden wij ons niet schuldig. Wij hadden gestolen van rijk man en niet van een arme boer”.

Degene die de ketel had laten vallen was Poulsson, de commandant, maar er heerste zo’n solidariteit binnen de groep dat men heel lang, zelfs vele jaren later, niet wilden vertellen wie het gedaan had. “Maar de jongens vonden het niet grappig”, schreef Poulsson in zijn officiële notities. Op het moment dat een weersverbetering inzette liepen de verbindingen met Engeland als gesmeerd, men had de hut naar behoefte ingericht en Grouse kwam zo langzamerhand in hun operatieritme. Er was hun verteld dat de Britse troepen met zweefvliegtuigen zouden komen en Grouse begon daarom verkenningen uit te voeren om een geschikte landingsplaats voor hen te vinden. Op 12 november kon Haugland SOE meedelen dat zij een plek hadden gevonden die voldeed aan de gestelde vereisten. De voorgestelde plek lag vijf kilometer ten ZuidWesten van de Møsvatndam, het terrein was vlak, was vrij van stenen en was ongeveer 700 meter lang.

Haugland kon Londen ook informeren over het feit dat de spionnen van Einar Skinnerland hadden doorgegeven dat Dr. Brun en zijn gezin uit Vemork gevlucht waren en waarschijnlijk in Zweden zaten.

Dit gaf SOE gelegenheid een ontvangst comité samen te stellen, zodat geen tijd verloren zou gaan om hem eerst te moeten te ondervragen en aan de hand van de uitkomst de laatste details voor de missie in te vullen.

Haugland’s boodschappen moesten kort zijn en hoe sneller hij klaar was hoe beter om daarmee de kans op uitpeilen door de Nazi’s te beperken. Als je vandaag de dag zijn telegrammen leest (de originelen kunnen in het openbaar archief in Kew, Engeland, bekeken worden en van sommigen zijn kopieën in het verzetsmuseum in Olso te vinden), kom je al snel te weten dat Haugland zoals gezegd een meester was in zijn vak.

Al zijn berichten die in Engeland gedecodeerd werden waren kort, accuraat, vol informatie met geen woord teveel en geen woord te weinig. Haugland is een interessant figuur, hij past helemaal niet in het standaardbeeld van een getrainde SOE agent, die iemand op honderd verschillende manieren geruisloos om kan brengen. Hij zou zonder meer elke taak die hem door SOE opgedragen worden uit voeren, maar hij was ook uiterst intelligent zoals zoveel radiobedienaars tijdens de oorlog. De rol van de radiobedienaars wordt altijd overschaduwd door de kleurrijke en heroïsche acties van de saboteurs, maar de rol van deze mensen was uiterst belangrijk voor de uitkomst van het conflict. Zonder deze mensen zouden verzetsgroepen niet hebben kunnen bestaan. Geheime communicatie tussen Londen en de bezette gebieden werd door hen in stand gehouden. Berichten werden ook op andere manieren naar buiten gesmokkeld, maar vanuit het standpunt van uit te voeren operaties was het belangrijk dat troepenen scheepverplaatsingen zo snel mogelijk werden doorgegeven. De radiobedienaars met hun informatiebronnen waren de ogen, oren en mond van de geallieerden in bezet Europa. De Nazi’s hadden van meet af aan door dat deze mensen een reële bedreiging voor hen vormden en hadden daarom een zeer doeltreffend opsporingsysteem ontwikkeld waarbij het mogelijk was om een zender in enkele minuten op te sporen. Tevens waren zij in staat alle berichten die vanuit Poundon, GrendonUnderwood, of vanuit andere geallieerde stations werden verzonden te ontvangen. Het enige probleem was echter om de gecodeerde berichten te kraken. Omdat zij hierin niet slaagden was er maar één oplossing: de radiobedienaars in de bezette gebieden uitpeilen en oppakken.

Radiotelegrafisten die achter de linies opereerden leden een uiterst gevaarlijk bestaan, zij moesten continue hun zware apparatuur van de ene naar de andere locatie verplaatsen om op die manier te voorkomen dat zij uitgepeild zouden worden. Het gewicht en de omvang van de apparatuur vormde een groot probleem. Aan het begin van de oorlog woog een radioset gemiddeld 15 kilo, later werd dit gereduceerd tot 8 kilo.

Stroomvoorziening was een grote hoofdbreker voor Grouse gezien de veiligheidsmaatregelen die men moest treffen om niet ontdekt te worden. Er was in hun afgelegen locatie geen stroomvoorziening aanwezig. Het opladen van batterijen was voor de mannen in de bergen een groot probleem, want hiervoor moesten zij contact opnemen met de buitenwereld en moesten de accu’s van – en naar de hut vervoerd worden..

Als laatste optie was er nog de handgenerator, maar deze bleek verre van perfect.

De radiobedienaars moesten eerst de boodschappen via een gecompliceerd systeem coderen en daarna zo snel mogelijk verzenden. Hoe langer men in de lucht was hoe groter de kans was gepakt te worden. Dit was voor Haugland en Torstein Skinnerland niet zozeer een probleem omdat zij min of meer door de wildernis beschermd werden, maar ook zij moesten een aantal keren hun apparatuur snel inpakken en vluchten, omdat zij het geluid van een naderend Duits vliegtuig hoorden.

_________________
Met vriendelijke verzamelgroet,
Henk-Willem
SRO lid
AFP #41
DGO #3009
OMSA M#8014
GMIC #5812
_________________
Once the rockets are up, who cares where they come down? That's not my department. (W. von Braun)


Omhoog
 Profiel  
 
 Berichttitel: Re: Sabotage & Survival op de Hardangervidda - W. van der Mugge
BerichtGeplaatst: di jul 28, 2009 1:32 pm 
Avatar gebruiker
Offline
Militair.net Medewerker
Militair.net Medewerker

Berichten: 7496
Woonplaats: Nederland
Operatie Freshman
Terug naar Londen, op 15 november 1942 waren SOE en Combined Operations bijeen in het Noorse hoofdkwartier op Chiltern Court, Baker Street. Voor deze gelegenheid waren aanwezig Overste Henneker, LtCommander Wedlake beide van Combined Operations. Overste Wilson, Professor Tronstad en de Majoors Reheams en Nicholls namen deel aan het overleg namens SOE. Er werd besloten dat twee leden van de Grousegroep de Britse commando’s in twee aparte groepen naar de fabriek zouden leiden.

De andere twee zouden bij de radioset blijven en het Eureka baken vernietigen zodra de zweefvliegtuigen geland waren. De naam van de operatie werd “Freshman” en zou in de volgende “maanperiode”, over drie dagen beginnen. De maanperiode waren de dagen die rond volle maan lagen, zodat er voldoende licht was voor nachtelijke operaties. Binnen een week na hun afmattende marsen werd Grouse op standby gezet in afwachting van de aankomst van de zweefvliegtuigen. Tijdens de vergadering lanceerde Tronstad een aantal nieuwe voorstellen om de fabriek te vernietigen. Generaal Hansteen van het Noorse leger was bang dat de fabriek op grote schaal schade zou ondervinden en dat deze mogelijk voor altijd buiten bedrijf zou worden gesteld. Tweehonderd mensen in de directe omgeving waren afhankelijk van de fabriek en de kunstmest die zij bereiden was van nationaal belang voor de Noorse economie. De fabriek van Norsk Hydro, ontworpen om diverse commerciëleen industriële producten te vervaardigen, was de grootste industriële onderneming van Noorwegen en zijn vernietiging zou een zware tegenslag voor het land betekenen. Toen erop aan werd gedrongen zei Tronstad dat een succesvolle vernietiging van de zwaarwater installatie de fabriek voor één of twee jaar buiten bedrijf zou stellen. Dit scenario gaf de geallieerden een dusdanige voorsprong op de ontwikkeling van de atoombom dat zij niet meer door de Nazi’s ingehaald zouden kunnen worden.

Tronstad’s informatie was van cruciaal belang voor het slagen van de operatie. Hij kende elke centimeter van de indeling van de fabriek en de zwaarwater installatie, maar ook van werkwijze en werktijden van de werknemers.

In het betreffende rapport om Tronstad naderhand voor een onderscheiding in aanmerking te laten komen stond: Zijn technische adviezen waren van grote waarde omdat gebleken was dat de operatie door een kleine groep mensen uitgevoerd kon worden, zonder dat daarbij de levens van trouwe Noren gevaar liepen en de Noorse economie geen blijvende schade opliep na de beëindiging van de oorlog. De meest accurate informatie werd aangeleverd door Dr. Brun die recentelijk in Engeland aangekomen was, nadat hij en zijn vrouw door het verzet uit Noorwegen gesmokkeld waren.

Tijdens de periode dat Grouse in afwachting was van de aankomst van de zweefvliegtuigen werd er twee keer alarm geslagen omdat tot twee keer toe iemand naar de hut kwam. De SOE-instructies op dat punt waren heel duidelijk, zij moesten iedereen ombrengen die hen ontdekte, tenzij men er zeker van was dat het trouwe landgenoten betrof. Deze twee waren overigens goede Noren, de eerste was een man uit Oslo die de antennemasten gezien had en eens wilde kijken wat dat allemaal betekende. Zij legden onder bedekte termen uit dat zij een soort luisterpost waren om informatie te verzamelen. De tweede man was genaamd Brorusten, en zowel Poulsson, als Haugland kenden hem van voor de oorlog. Hij stelde geen vragen. Het risico om ontdekt te worden veroorzaakte veel onrust binnen de groep. Onder geen enkel beding mocht hun dekmantel bekend worden, maar gelijktijdig wilden zij ook geen landgenoten ombrengen, tenzij het verraders waren. Om iemand om te brengen die mogelijker wijs praatjes rond zou strooien was niet acceptabel voor hen, maar in een oorlog gelden andere regels. Ondanks de afgelegen ligging van hun locatie brachten de bezoeken van beide mannen de kwetsbaarheid van Grouse aan het licht. Het was een vreemde situatie. Drie van hen waren in het gebied geboren en getogen, terwijl de vierde man het gebied ook heel goed kende, maar zij voelden zich als vreemden, professionele bandieten in het wild, maar vastberaden om de buitenlandse bezettingsmacht omver te werpen. Veel vrienden en familieleden woonden maar een paar kilometer verderop, zonder dat zij zich er van bewust waren dat hun geliefden op de hoogvlakte kampeerden en hun levens riskeerden, maar ook die van de plaatselijke bevolking als de bezetters er achter kwamen dat zij de in Engeland getrainde sabotageploeg hadden geholpen.

De groep had geen keus dan in de bergen te blijven. Als zij geprobeerd hadden om vanuit Rjukan of een van de omliggende dorpen de actie op touw te zetten, dan zouden zij meteen door de mand gevallen zijn. Er waren niet alleen Nazi’s in de directe omgeving, maar ook landverraders en in de kleine gemeenschappen zou opvallend gedrag direct tot gevaar leiden. Gedurende de standby periode begon Haugland Engeland van weerberichten en andere accurate informatie te voorzien. Hoofdzakelijk dankzij de inspanningen van Torstein Skinnerland maar ook dankzij eigen verkenningsmissies was Grouse in staat om Engeland op de hoogte te stellen van troepensterkte van de bezetter in het gebied. Zo waren er, zoals zij ontdekten, twaalf manschappen gelegerd in een hotel bij de Møsvatndam, twaalf soldaten in de fabriek zelf en veertig manschappen waren verderop in Rjukan gelegerd. Alle manschappen stonden onder het commando van een oudere kapitein die in Rjukan gestationeerd was. De meeste manschappen en officieren waren Oostenrijkers die gedurende het begin van de oorlog gewond waren geraakt en daardoor niet geheel gevechtsklaar waren. Af en toe kwamen eerste klas nazistoottroepen naar Rjukan, bleven daar een week en vertrokken dan weer verder. Er waren 300.000 Nazi’s in Noorwegen gelegerd op dat moment, dus was het waarschijnlijk dat in geval van een aanval op de fabriek heel snel versterking zou kunnen worden aangevoerd. Ook gaf Torstein aan dat recentelijk enkele burgers in Rjukan aan waren gekomen. Van hen werd aangenomen dat zij tot de Gestapo behoorden. Zij hadden niets in de fabriek in Vemork te zoeken en waren duidelijk ook geen Duitse geleerden. Eind september 1942 had een groep mannen van de Genie Vemork bezocht en hadden rond de fabriek mijnen gelegd. Elke dag gingen Duitse officieren bij de fabriek kijken om de veiligheidsmaatregelen nog verder opgevoerd konden worden. Begin oktober had Generaal Falkenhorst, de opperbevelhebber van de Duitse troepen in Noorwegen, samen met de Duitse Consul een bezoek aan de fabriek gebracht.

De generaal had een lange preek gehouden tegen de directie, managers en bewakers, dat, gezien recente Engelse commandoacties, het hem duidelijk geworden was dat de fabriek in Vemork ook bloot stond aan een dergelijke actie. Volgens Skinnerlands bronnen binnen de fabriek was de generaal erg onder de indruk van de tactieken van de commando’s en demonstreerde persoonlijk hoe zij bewakers uitschakelden. Hij vertelde de toehoorders hoe de commando’s gebruik maakten van chloroform, automatische wapens voorzien van geluiddempers, handgranaten en boksbeugels. Hij zei verder dat hij geloofde dat de commando’s, als zij kwamen, verkleed zouden zijn als burgers en per bus, of trein zouden arriveren met gewone kleding over hun uniformen heen.

Schoorvoetend gaf hij toe dat er niet voldoende middelen waren om een garnizoen op de fabriek te legeren hij zei dat honderd man voldoende zou zijn om de fabriek goed te beveiligen en hij was bezig met plannen om nog dozijnen mijnen rond de fabriek te leggen. De Duitse versterkingen waren geconcentreerd rond de waterbuizen aan de achterzijde van de installatie in de veronderstelling dat een frontale aanval onmogelijk zou zijn gezien de ligging van de diepe kloof aan de voorzijde.

Afbeelding

De Duitsers hadden ook zoeklichten op het dak van de fabriek geïnstalleerd, er was een machinegeweernest aanwezig, verborgen in een hut naast de ingang van de fabriek. Verder waren er boobytraps en struikeldraden aangebracht. Deze waren aan de achterzijde van de fabriek geconcentreerd, want men nam aan dat de aanval daar vandaan zou komen.

De brug over de kloof van de weg naar de fabriek was afgesloten met een hek aan het einde van de weg en werd bewaakt door bewakers, die overigens meer tijd doorbrachten in het wachtlokaal met kaarten en warm blijven, dan met patrouille lopen.

Rjukan was een slaperig stadje, 240 kilometer landinwaarts gelegen, ver verwijderd van het oorlogstoneel en het idee dat Britse troepen in staat zouden zijn om het gebied te bereiken leek onwaarschijnlijk voor degene die er gestationeerd waren.

Door alle recent binnengekomen inlichtingenrapporten te verwerken en samen te voegen met de bouwtekeningen van de fabriek, leek het de operatieplanners het beste om de bewakers op de brug met behulp van geluidloze wapens uit te schakelen en dan via een steile helling naar boven te klimmen om uiteindelijk uit te komen op de spoorbaan die de fabriek van materiaal voorzag. Eén van de bewakers zou waarschijnlijk een Nazi zijn, gewapend met een karabijn en de ander een Noor, te herkennen aan zijn glimmende pet, een bruine jas en gewapend met een revolver. Alle telefoonlijnen die vanaf de fabriek langs de weg liepen dienden van te voren doorgeknipt te worden. De aanvallers moesten vervolgens een hek doorknippen om op het fabrieksterrein binnen te komen tussen het krachtstation en de elektrolysefabriek, daarna moesten zij de kelders van Norsk Hydro binnen zien te komen waar het zwaarwater lag opgeslagen. Binnen zou men vier vaderlandslievende Noorse technici aantreffen die onder geen beding gewond mochten raakten.

Er waren acht maanden voorbij gegaan sinds het bericht Whitehall had bereikt dat de productie van zwaarwater in Vemork opgevoerd moest worden. Er waren talloze vergaderingen en berichten uitgewisseld tussen de betrokken partijen over hoe de operatie uitgevoerd zou moeten worden. Elke dag die voorbij ging betekende dat de nazigeleerden steeds een stap dichter in de buurt kwamen van het ontwikkelen van een wapen dat voor het eerst in de geschiedenis een complete stad zou kunnen vernietigen. Maar nu was het wachten voorbij, ruim dertig Britse commando’s pakten hun rugzakken in en werden vanaf de opleidingcentra op transport gezet naar één van de zwaarst bewaakte gebieden in het noorden van Schotland.

_________________
Met vriendelijke verzamelgroet,
Henk-Willem
SRO lid
AFP #41
DGO #3009
OMSA M#8014
GMIC #5812
_________________
Once the rockets are up, who cares where they come down? That's not my department. (W. von Braun)


Omhoog
 Profiel  
 
 Berichttitel: Re: Sabotage & Survival op de Hardangervidda - W. van der Mugge
BerichtGeplaatst: di jul 28, 2009 1:44 pm 
Avatar gebruiker
Offline
Militair.net Medewerker
Militair.net Medewerker

Berichten: 7496
Woonplaats: Nederland
Glijvlucht naar de dood
Tegen het einde van september 1942, waren de plannen van de aanval slechts in grote lijnen opgezet door Combined Operations. Uit memo’s die langs de diverse betrokkenen circuleerden bleek dat alle opties nog open waren. Er was echter een duidelijke reden waarom de definitieve planning van de operatie zo lang duurde. Hoe men het ook bekeek, men had geen idee hoe men de mannen Noorwegen weer heelhuids uit moest krijgen. Eén van de varianten was om de mannen met een Catalina vliegboot op het Møsvatn meer af te zetten, waarna men zich gedurende de nacht in de bergen zou terugtrekken, om daarna binnen 24 uur toe te slaan voordat men ontdekt werd. De groep moest zich in drieën splitsen en op een vooraf afgesproken punt weer samenkomen. De groep zou daarna in zijn geheel ten aanval gaan, nadat alle weerstand gebroken was zouden de drie groepen apart drie verschillende taken uitvoeren.

De eerste groep zou de voorraad zwaarwater vernietigen, de tweede groep moest de zwaarwaterinstallatie vernietigen en de derde groep zou de weg naar de fabriek in beide richtingen blokkeren en duitse versterkingen zo lang mogelijk ophouden. De drie groepen zouden zich daarna gezamenlijk tien kilometer naar het westen terugtrekken, naar het Møsvatn meer en daar zou een Catalina vliegboot hen oppikken en terugkeren naar Engeland.

Afbeelding
Catalina van de Amerikaanse Luchtmacht

Er waren natuurlijk problemen met dit plan, een vliegboot heeft water nodig om op te land en tegen het einde van oktober zouden de meren in Noorwegen al bevroren zijn. Gezien de grootte van het vliegtuig leek het zeer waarschijnlijk dat de bewakers van de Møsvatndam het vliegtuig zouden zien. De ontsnapping zelf zat vol risico’s, er zou razend snel alarm worden geslagen en zelfs al zouden de commando’s het vliegtuig kunnen bereiken dan nog was de kans groot dat het op de terugweg door gealarmeerde jagers zou worden neergeschoten.

De besluiteloosheid van Combined Operations begon Whitehall te irriteren als mede de SOE, wiens kwartiermakers (Grouse) zaten te duimendraaien in de diverse locaties in Engeland. Begin oktober werd Combined Operations via de privesecretaris van de voorzitter van de Raad van Oorlog tot spoed gemaand.

Uit de neergekrabbelde notities van een vergadering van 13 oktober valt op te maken dat er nog steeds geen concreet plan gereed was. Een schetsje geeft de landingplaats van de zweefvliegtuigen aan, maar een aanvalsplan is er nog steeds niet.

De notities zagen er ongeveer als volgt uit:
Een vrachtwagen met onze mannen naar (de parkeerplaats bij de hangbrug) en de bewakers uitschakelen in het wachtlokaal… … de door de aanvallers meegebrachte containers met explosieven moeten de hele installatie vernietigen…. tijdvertragers van 2 uur moeten de gewaarschuwde bevolking de kans geven te vluchten… de aanvallers moeten vanuit het Noorden de brug oversteken… .toegang vanuit het Zuiden is niet mogelijk wegens obstakels… Skinnerland en zijn vrouw moeten gewaarschuwd worden om die dag hun schoonouders in Rjukan te bezoeken…. busvervoer wordt aanbevolen… dichtst bij gelegen garnizoen is 120 kilometer verderop…. in Rjukan zitten maar een paar Moffen.

Deze haastig neergekrabbelde notities laten blijken dat men van plan was de hele vallei op te blazen, maar dat men het ook niet uit de hand wilde laten lopen. Het geeft wel een beeld dat men eigenlijk geen idee had wat men precies moest vernietigen en hoe men slachtoffers bij de burgerbevolking moest zien te voorkomen.

Enige dagen na deze vergadering werden de plannen uiteindelijk goedgekeurd. De operatie kreeg de codenaam “Freshman” en het doel van de missie was: voorraden Lurgan (codenaam voor zwaarwater) te vernietigen, dit is het belangrijkste doel van de missie. Pas als dit uitgevoerd is kan begonnen worden met de vernietiging van de productieinstallatie in de fabriek van Norsk.Hydro. De aanval zou uitgevoerd worden met zweefvliegtuigen en dit zou de eerste operatie van de geallieerden zijn die op deze wijze ondernomen werd in de Tweede Wereld Oorlog. De aanvalsgroep zou uit 36 man van de Royal Engineers van de 101ste Luchtlandings Divisie bestaan, inclusief drie officieren, vier bemanningsleden van de zweefvliegtuigen en de vier mannen van Grouse. Men moest desnoods al vechtend het doel zien te bereiken en de eventuele gewonden moesten voorzien van morfine achtergelaten worden. Na de actie moesten de Engelse Commando’s desnoods vechtend naar Zweden zien te ontsnappen, een vluchtweg van 400 kilometer tot de grens! Gouse moest zich diep in de bergen terugtrekken en zich schuilhouden tot de Duitse zoektochten voorbij zouden zijn.

Aan de Engelse soldaten zou geen enkel detail van de operatie meegedeeld worden, ook werd hen niet verteld naar welk land men ging, dit zou pas een paar dagen voor vertrek bekend gemaakt worden. Wel werd hen verteld dat zij speciaal geselecteerd waren om een operatie achter vijandelijke linies uit te voeren.

Zij werden gewaarschuwd voor welke gevaren zij zouden komen te staan en men kon desgewenst om zwaarwegende persoonlijke redenen als men bijvoorbeeld een klein kind had, of een zwangere vrouw, de missie weigeren. Degenen die dit deden werden naar hun eigen eenheden teruggestuurd zonder dat er vragen gesteld werden. De operatie werd omgeven door de hoogste vorm van veiligheid, er werd zelfs een dekmantel bedacht waarom de mannen hun eigen eenheden verlieten en waarom zij een speciale training kregen. De dekmantel was een creatie van Overste Henneker, van de Royal Engineers Airborne Division, ondersteund door Combined Operations en hield in dat de mannen uithoudingsproeven zouden doen samen met hun Amerikaanse tegenhangers in verschillende delen van het land en de winnaars zouden de prijs, de Washington Cup, ontvangen.

De zweefvliegtuigen die voor de operatie bestemd waren werden in hangars gestald om te voorkomen dat ze door Duitse fotoverkenners gefotografeerd zouden worden. De soldaten kregen een uitputtende commandotraining, wat onder andere in hield dat er lange marsen met volle bepakking (40 kg) werden gelopen. Het idee was niet alleen om de mannen lichamelijk fit te krijgen, maar ook degenen te selecteren die het fysiek niet aan konden. Na de basistrainingen werden de mannen op 27 oktober 1942 overgeplaatst naar Snowdonia en opgesplitst in paren. Daarna werden zij “blind”op een berg gedropt en zij moesten gedurende vier dagen en nachten zien te overleven. Met een kaart en kompas moesten zij naar van te voren vastgestelde rendezvous punten navigeren. Zij kregen rantsoenen mee die ook in Noorwegen gebuikt zouden worden zodat hun lichaam er al gewend was voordat men vertrok. Sommigen werden na de training in Wales als nog uit het programma gehaald, maar de meesten gingen verder met een cursus explosieven, eerst op het SOE station in Hertford North en later in Port Sunlight in de Wirral en Fort William in de Hooglanden.

De commando’s werden nooit verteld waar zij zich bevonden en werden ’s nachts van het ene opleidingscentrum naar het andere verplaatst. Zij voerden nepacties uit zodat de mannen gewend waren in het donker een ruimte te betreden, hun explosieven rond apparatuur aan te brengen alsof zij blind waren.

Net als SOE-rekruten werden zij ook opgeleid in de kunst van ongebruikelijke oorlogsvoering, zoals iemand geruisloos doden, straatgevechten, het gebruik van een dolk en wurgkoord en doden met blote handen. In een namaakdorp met omhoog komende doelen die er uitzagen als vijandelijke soldaten werd getraind in straatgevechten en wapens trekken op een WildWest manier.

Eind oktober werd er een bijeenkomst belegd om de ontsnappingsroute na de aanval te bespreken. Overste Henneker begon de discussie door te stellen dat het soldaten benam om zich als groep al vechtend een weg naar de vrijheid te banen. Majoor de Bruyne van MI9, een specialist in ontwijken ontsnappingstechnieken legde echter uit dat zij, om als groep te kunnen ontsnappen, over een afstand tussen de 200 en 400 kilometer in vijandelijk terrein vrijwel geen kans hadden. Hij stelde voor dat men zich weer in paren zou splitsen en via verschillende routes de Zweedse grens zou proberen te bereiken door zich als Noren te verkleden. Henneker gaf zich gewonnen, maar stelde wel dat men zoveel mogelijk moest zien te voorkomen om niet twee idioten bij elkaar te zetten. MI9 werd opgedragen een plan op te stellen waarbij tenminste drie verschillende ontsnappingsroutes uitgewerkt zouden worden. Elk van de mannen zou voorzien worden van een “ontsnappingsset”: een portefeuille met 200 Noorse Kronen, een kaart schaal 1:100.000 gedrukt op zijde en een instructie hoe zij zich als Noren moesten kleden en gedragen. De ontsnapping zou beginnen in battledress, maar zodra de gelegenheid zich voor zou doen moest men zich omkleden in civiele kleding die door MI9 genaaid was om zo veel mogelijk op Noorse kleding te lijken. De kleding werd nog voor de operatie uitgereikt zodat deze er, als de missie van start ging, gedragen uit zou zien. Hun werd ook verteld zich elke dag te scheren, zij die een snor droegen moesten hem afscheren, omdat Noorse mannen geen snorren droegen. Ook moesten zij hun haar laten groeien en lang haar dragen op de Noorse wijze. Er mocht vlak voor de operatie geen haarwater meer gebruikt worden, omdat dit waarschijnlijk in Noorwegen zelf niet meer te krijgen was. Ook werd hen bijgebracht een paar Kronen in een boot als bedankje achter te laten als zij die zouden moeten stelen. Als zij gevangen genomen werden moesten zij alleen volgens de Geneefse Conventie hun naam, rang en nummer prijsgeven.

Tijdens het overleg werd nogmaals benadrukt dat men tijdens de actie de Engelse gevechtskleding moest dragen, dat er geen twijfel zou kunnen bestaan over het feit dat dit een operatie van de Geallieerden was en niet van een lokale verzetsbeweging, om hiermee te voorkomen dat er represailles tegen de burgerbevolking ondernomen zouden worden.

Elke soldaat kreeg de volgende uitrusting mee: normale gevechtskleding met daaronder civiele kleding, een witte winddichte anorak, een wollen zeemanstrui, een blauwe skibroek, laarzen met beenkappen, een paar schoenen van Noors model , zes paar sokken, lang ondergoed, khaki wanten met wijsvinger, een paar rubber handschoenen (voor de explosieven), een pet, een bivakmuts, skisjaal en een stalen helm. De rest van de uitrusting bestond uit een lichte waterproof slaapzak van ongeveer twee kilo, een Bergen rugzak, een alcoholkompas en Stengun met magazijnen, rantsoenen voor tien dagen, een EHBO set en de benodigde explosieven.

Majoor Munthe, een Gordon Highlander toegevoegd aan SOE (zoon van de Zweeds schrijver Axel Munthe), stelde een memo samen met daarin een paar zinnen die de Britse commando’s konden gebruiken tijdens hun ontsnapping naar het neutrale Zweden: “Jeg Har vert ut kopt lit proviant til Mor” (Ik ben wat boodschappen voor mijn moeder wezen doen) en “Unskyld men jag maa hurtigst til tannlegeren”(Sorry, maar ik moet zo snel mogelijk naar de tandarts). Munthe stelde voor om deze laatste zin met een kurk, of een steen in de mond uit te spreken. Uit deze voorbeelden blijkt wel hoe ver SOE ging om, zelfs bij een haastig in elkaar gezette operatie als Freshman, het uiterste doen voor de veiligheid van de deelnemers.

Munthe’s voorstel was op zich niet zo gek want het was zeer onwaarschijnlijk dat de mannen een Duitser tegen zouden komen die Noors sprak. De meeste Hollywood films geven de indruk, zeker bij “The Heroes of Telemark”, dat SOE en Combined Operations uit een stel dol dwaze avonturiers bestond die geleid werden door een stel roekeloze schooljochies.

_________________
Met vriendelijke verzamelgroet,
Henk-Willem
SRO lid
AFP #41
DGO #3009
OMSA M#8014
GMIC #5812
_________________
Once the rockets are up, who cares where they come down? That's not my department. (W. von Braun)


Omhoog
 Profiel  
 
 Berichttitel: Re: Sabotage & Survival op de Hardangervidda - W. van der Mugge
BerichtGeplaatst: di jul 28, 2009 1:54 pm 
Avatar gebruiker
Offline
Militair.net Medewerker
Militair.net Medewerker

Berichten: 7496
Woonplaats: Nederland
De waarheid is echter dat SOE, ondanks de kritiek in de eerste jaren van zijn bestaan, een uiterst effectieve en professionele organisatie was, die geleid werd door intelligente soldaten met gevechtservaring.

Nu wij toch met mythes en nonsens bezig zijn, de in 1963 door Kirk Douglas gemaakt film over de aanval in Vemork werd door de echte saboteurs ronduit voor rotzooi uitgemaakt, ondanks het feit dat een aantal van hen geholpen hadden bij het tot stand komen van de film.

In het midden van November 1942 werd het gezelschap naar het noorden getransporteerd, net voor de aanvang van de november maanperiode in de buurt van het vliegveld Skitten bij Wick. Het was een vlak landschap zonder enige bomen, aan de noordoost kust van Schotland. Hier vandaan zou de operatie beginnen. Op 15 november gaf Haugland door dat er 30 centimeter hard bevroren sneeuw lag op de landingsplaats. Als het weer zo bleef zou de mars naar de fabriek niet meer dan vijf uur in beslag nemen.

Op 18 november 1942 stuurde Louis Mountbatten, bevelhebber van Combined Operations, het volgende bericht naar Premier Churchill via de natuurkundig adviseur van Downingstreet, Lord Cherwell:
Zesendertig (in werkelijkheid waren het 34) leden van de Airborne Divisie worden op de nacht van 19 op 20 november, of de nacht van 26 op 27 november, per zweefvliegtuig naar de krachtcentrale, elektrischeinstallatie voor de productie van zwaarwater en de voorraden zwaarwater gevlogen om deze te vernietigen. De Nazi’s beschikken over ongeveer 1500 kg zwaarwater, wat bijna allemaal in Vemork opgeslagen ligt. Mochten zij over een hoeveelheid van vijf ton van dit materiaal beschikken dan zullen zij in staat zijn een explosief te ontwikkelen dat duizend keer sterker is dan wat voor explosief waar wij vandaag de dag over beschikken. Als de operatie succesvol is, zal het zeker drie jaar duren voordat de Nazi’s vijf ton zwaarwater kunnen produceren. Als het echter mislukt dan kunnen zij reeds over 18 maanden over deze hoeveelheid beschikken. De aanvallers hopen naar Zweden te kunnen ontsnappen.

Churchill antwoorde: C.C.O. gaat accoord, vraag Lord Cherwell om bij mij rapport uit te brengen over technische details. Hij is al mijn adviseur over deze kwestie. Getekend W.S.C.

Van alle landen in Europa was Noorwegen het meest ongeschikt voor operaties met zweefvliegen, deze vliegtuigen zijn al extreem gevaarlijk zelfs als het terrein geschikt is en het weer mee zit. De troepen zelf gaven de voorkeur aan parachutes, hoewel deze vergeleken met het huidige materiaal, nog heel primitief en gevaarlijk waren. Zweefvliegtuigen hebben een vlak landingsterrein nodig en dat is in heel Noorwegen niet te vinden met zijn rotsige, slingerende valleien en fjorden. Landen op het ijs van de meren was ook geen optie, door het gewicht van het toestel met daarin twaalf zwaar bepakte mannen zou door het ijs zakken.

Het toestel kon ook een massa keihard ijs voor zich uit stuwen en daardoor over de kop slaan.

Door het pokdalige terrein konden ook valwinden ontstaan waardoor de moeilijk te besturen zweefvliegtuigen konden gaan slingeren als een rodeo stier. Om het nog erger te maken bleek het weer in Noorwegen die herfst verschrikkelijk te zijn, zonder accurate weersvoorspellingen kon het maar zo zijn dat men met prachtig weer zou vertrekken, om even later in de storm verzeild te raken die boven de Hardangervidda raasde. De piloten van de zweefvliegtuigen hadden een zeer gevaarlijk beroep en hun kans op overleving was uiterst klein naar mate het aantal operaties opliep.

Nadat zij op standby gezet waren in afwachting van de aankomst van Fresman, namen de mannen van Grouse de plannen keer op keer door om te voorkomen dat het die nacht mis zou gaan. Hun inzet was van vitaal belang gedurende de gehele operatie. Helberg en Poulsson moesten de landingslichten klaar zetten en het Eureka baken moest op de juiste plaats staan om de zweefvliegtuigen naar de landingsbaan bij de moerassen bij de Møsvatn dam te leiden. Haugland en Kjelstrup moesten bij de radioset blijven om op bericht van Londen te wachten om de landingsbaan gereed te maken. Helberg moest eerst in de volgende nacht de telefoonkabels doorknippen voordat hij en Poulsson de Britse saboteurs naar Vemork konden leiden. Voordat Haugland en Kjelstrup naar de hut konden terugkeren moesten zij eerst het Eureka baken vernietigen en de landingslichten verzamelen. De beide Grouseparen zouden elk een andere route nemen na de actie en elk op een aparte plek een week onderduiken alvorens men elkaar weer bij een hut in de buurt van de dam zou ontmoeten. Tijdens de nacht van 18 november zat men gespannen in de hut op bericht van Londen te wachten, maar tot hun teleurstelling werd het woord BOY uitgezonden, wat inhield dat de operatie die nacht niet door zou gaan. Om kwart over vijf de volgende middag gaf Haugland aan Londen door dat het weer in Telemarken goed was. Er was enige wind uit het westen en wat flarden bewolking en het zicht was tien kilometer. Kort daarop werd het woord GIRL ontvangen, de operatie gng van start. De 34 Royal Engineers, in volledige gevechtskleding en beladen met uitrusting, staken op vliegveld Skitten de startbaan over om in hun Horsa zweefvliegtuigen te klimmen die door Halifax bommenwerpers getrokken zouden worden. Naast de zeventien commando’s waren er nog twee RAF piloten in het vliegtuig aanwezig.

Zij konden door middel van een telefoonlijn die in de trekkabel zat met de piloten in de bommenwerper communiceren. De planners van Combined Operations en SOE hadden uitgerekend dat 15 mannen nodig waren om de missie succesvol uit te voeren, maar zij hadden het aantal verdubbeld en verdeeld over twee zweefvliegtuigen. Als er een zou verongelukken, of tijdens de landing onder vuur zou komen te liggen, dan kon de rest de operatie als nog uitvoeren.

Afbeelding

Op het moment dat de vier vliegtuigen om zes uur ’s avonds vertrokken was het weer gunstig, er was echter een lichte bries en een van de weerkundigen op de basis waarschuwde hiervoor en vond dat de missie niet door kon gaan. De wind begon aan te trekken toen zij boven de Noordzee vlogen. De zweefvliegtuigen begonnen te slingeren en te stampen waardoor de magen van de commando’s aanboord gespannen werden.

Dergelijke missies wekten altijd in gelijke mate stress en opgewondenheid op en als men daarbij ook nog in de houten vliegtuig zonder motor zit, wat ook nog als een gek tekeer gaat, dan worden de zenuwen danig op de proef gesteld.

Helberg en Poulsson zetten het Eurekabaken in elkaar, dat hen zou waarschuwen wanneer de vliegtuigen in de buurt waren. Dit soort baken was aan het begin van de oorlog ontwikkeld. Ondanks het feit dat het ten opzichte van de huidige systemen uiterst primitief was, was het van onschatbare waarde voor SOE agenten, wiens levens er soms van af hingen om met de RAF te kunnen communiceren.

In het vliegtuig zat een apparaat wat Rebecca heette dat pulsen uitzond richting Eureka op de grond, deze zond de pulsen automatisch op een andere frequentie uit. Deze pulsen werden weer door Rebecca ontvangen en vergeleken met de eerder uitgezonden pulsen. Op deze wijze konden de piloten precies vaststellen wat hun positie was ten opzichte van Euerka. Haugland die Eureka die nacht bediende zette de koptelefoon op en schakelde de spanning in. Wanneer de naderende vliegtuigen het signaal van Eureka ontvingen, kon Haugland een bepaald soort brom horen en wist daarmee dat zij in de buurt waren. Meteen legden zij drie rode landingslichten in een driehoek, elk honderd meter uit elkaar, met een knipperende witte lamp in de top die de richting van de wind aangaf. Met de witte lamp werd de letter L geseind en deze werd op het vliegtuig gericht. De groep zat gespannen te wachten op het geluid van de bommenwerpers. Zij wachtten en wachtten, totdat om twintig voor tien Helberg en Poulsson het geluid van een vliegtuig hoorden dat naderde vanuit het zuidwesten en Haugland hoorde een zwak geluid uit het Eureka apparaat komen.

Eindelijk waren de Engelsen er! Over een aantal uren zouden zij optrekken naar de fabriek in Vemork en daarmee voor het eerst met de vijandige bezettingsmacht geconfronteerd worden. Hun harten sprongen op bij het horen van het vliegtuig dat minder dan twee kilometer van hen verwijderd was in de enorme verlatenheid van de Hardangervidda. Maar de moed zonk hun in de schoenen toen zij hoorden dat het vliegtuig van hen vandaan draaide. Het volgende uur konden zij af en toe het geluid van een vliegtuig horen omdat de RAF piloten naarstig naar het baken in de witte wildernis onder zich aan het zoeken waren. Het was voor de mannen van Grouse niet duidelijk of het om één, of twee vliegtuigen ging. De bewolking begon dikker te worden en in de war gebracht door de hoeveelheid meren en ravijnen onder zich, kon de bemanning niet bepalen waar het landingsterrein lag. De Grousegroep voelde zich hulpeloos. Om elf uur hoorden Poulsson en Helberg voor het laatst het geluid van een vliegtuig en een half uur later keerden zij terug naar de hut.

Afbeelding

_________________
Met vriendelijke verzamelgroet,
Henk-Willem
SRO lid
AFP #41
DGO #3009
OMSA M#8014
GMIC #5812
_________________
Once the rockets are up, who cares where they come down? That's not my department. (W. von Braun)


Omhoog
 Profiel  
 
 Berichttitel: Re: Sabotage & Survival op de Hardangervidda - W. van der Mugge
BerichtGeplaatst: di jul 28, 2009 2:00 pm 
Avatar gebruiker
Offline
Militair.net Medewerker
Militair.net Medewerker

Berichten: 7496
Woonplaats: Nederland
“Wij hebben absoluut het geluid van vliegtuigmotoren gehoord, maar er gebeurde maar niets” vertelt Helberg achteraf. “Het weer was niet eens heel erg slecht, er was een beetje bewolking, wat wind, maar het stormde zeker niet. De maan was zichtbaar en daardoor was het niet eens heel erg donker”. Na de oorlog bevestigde Haugland dat er enig contact was geweest tussen het Rebeccaen Eurekasysteem en dat zij het vliegtuig boven zich hadden gehoord. Ik heb nog geprobeerd met Engeland contact op te nemen vanwege het weer, maar ik kon er niet door komen. Ik had last van storing veroorzaakt door het Eureka systeem, maar al snel hoorden wij het geluid van vliegtuigmotoren boven ons, maar het stierf weer weg.

Om vijf voor twaalf ontving Combined Operations een vaag bericht dat één van de zweefvliegtuigen boven zee, vlak voor de Noorse kust, losgekoppeld was, maar er was geen nieuws over het sleepvliegtuig. Om half twee ontvingen zij het bericht dat een van de Halifax bommerswerpers veilig op Wick was geland. Tijdens het ochtendgloren stegen tien vliegtuigen op om voor de Noorse kust naar het zweefvliegtuig te zoeken, maar zij keerden allen terug zonder iets gevonden te hebben. Gedurende de volgende twee dagen was er veel verwarring over het lot van de bommenwerper en de twee zweefvliegtuigen.

Op de derde dag onderschepte een luisterstation een Duits bericht waarin vermeld werd dat twee zweefvliegtuigen en een bommenwerper gedwongen waren te landen en dat de sabotagetroepen waren aangevallen en geëlimineerd. Wat er echt met de manschappen gebeurd was werd pas duidelijk toen engelse troepen na de oorlog naar Noorwegen terugkeerden.

Eén van de bommenwerpers met een zweefvliegtuig achter zich, had de dropzone bereikt, maar omdat men niet zeker wist of dit de juiste lokatie was en omdat de brandstofvoorraad snel afnam besloot de bemanning de terugweg te aanvaarden. Vechtend om hoogte te winnen vloog het vliegtuig een wolk in en er ontstond hevige turbulentie.

De trekkabel bevroor compleet en brak, hierdoor stortte het zweefvliegtuig in de ijzingwekkende spiraal met 160 km/uur met de neus naar beneden.

De vliegtuigen waren in de buurt van de kust toen de kabel knapte, dit verklaart waarom de RAF bemanning een bericht naar het hoofdkwartier stuurde dat men het zweefvliegtuig boven zee had losgelaten. Daarentegen stortte het vliegtuig in de met sneeuw bedekte bergen op een plek die Fyljesdal genoemd wordt bij Lysefjord. Door de crash kwamen direct zeven mensen in het vliegtuig om het leven. Van de gewonden had er één een gebroken rug en was vanaf de heupen verlamd, één ander had twee gebroken benen, één had een gebroken kaak en één had een schedelfractuur en ernstige ademhalingproblemen.

Afbeelding

Tom Conacher de adjudant aan boord van de Halifax zei:”Wij maakten een bocht en vlogen terug naar huis. Wij waren praktisch bij de kust toen er ontzettend veel ijsvorming ontstond. Ik zag dat de sleepkabel ook begon te bevriezen en het zweefvliegtuig zat niet langer recht achter ons. Toen knapte de kabel en ik zag hem wegschieten. Op een gegeven zag ik een geweldige oranje vuurbal naast ons en ik nam aan dat het hier om het zweefvliegtuig ging.

De vijf niet gewonde commando’s uit het zweefvliegtuig verpleegden de gewonden eerst zo goed mogelijk en gingen vervolgens op weg om hulp te halen. Zij hadden kunnen proberen naar Zweden te ontsnappen, maar zij wilden hun gewonde kameraden niet in de steek laten. Zij gaven zich over in de veronderstellingen dat hun collega’s volgens de Geneefse Conventie verzorgd zouden worden en dat zij uiteindelijk allemaal tot het einde van de oorlog in een krijgsgevangenkamp terecht zouden komen.

Toen een groep Noren met de commando’s naar het wrak gingen troffen zij daar een ware hel aan, Zij zagen acht lichamen, inclusief die van een soldaat die het wrak was uitgekropen en aan onderkoeling en bloedverlies was overleden. Van één was de buikwand opengescheurd en hij was met zijn ingewanden aan de grond vastgevroren.

De gewonden kregen morfine toegediend en werden op geïmproviceerde brancards van de heuvel naar beneden gedragen naar een nabij gelegen boerderij. Kort daarna arriveerden er twee groepen Duitsers, eerst een aantal gewone soldaten en daarna een groep SSers onder commando van een Gestapoofficier.

De doden werden zonder enige vorm van ceremonie in een ondiep graf gegooid. De Noorse bevolking verzocht de Nazi’s de volgende dagen om de doden een passende begrafenis te mogen geven, maar dit werd keer op keer geweigerd.

Later heeft men een hek om het graf gezet om te voorkomen dat er dieren bij zouden komen. Na de oorlog werden de lichamen opgegraven en met alle eer herbegraven op de begraafplaats van Eiganes in de buurt van Stavanger.

De vijf niet gewonden werden naar het concentratiekamp Grini bij Oslo afgevoerd en bleven daar tot eind januari 1943. Toen werden zij geblinddoekt en naar het Trandum Bos gebracht en door middel van een nekschot om het leven gebracht. Na de oorlog werden zij herbegraven in de Gemenebest Oorlogs Graven in Vestre Gravland, een buitenwijk van de Noorse hoofdstad.

De vier gewonden waren korporaal James Cairncross uit Hawick, Chauffeur Peter Farrell uit Marleybone, Korporaal Trevor Masters uit Cobh, County Cork, Ierland en Genist Eric Smith uit Paddington. Zij werden door de Gestapo meegenomen en wat er met hen gebeurd is, is eigenlijk te gruwelijk om te lezen. Onderzoek van de Geallieerden na de oorlog over de dood van deze vier heeft geleid tot een rechtzaak voor oorlogmisdaden, hierin werden alle gruwelijke details van hun marteling en dood ten toon gespreid. Zelfs in Gestapo normen, die al behoorlijk heftig waren, was de behandeling van de vier uiterst extreem.

De vier werden naar gevangenis A in de Lagårdsveien in Oslo gebracht en aan de Gestapo overgelaten. De mannen hadden erg veel pijn, want zij waren sinds zij bij de plaats van het ongeluk waren opgehaald niet meer behandeld. Drie van hen werden geslagen en half gewurgd met leren riemen alvorens men op hun keel en borst ging staan, waarna hun bloedbanen met lucht werden geïnjecteerd. Zij stierven heel langzaam en onder hevig pijnen. De vierde man, die het minst gewond was zat in een aparte cel, maar hoorde hun geschreeuw en gekreun tot het uiteindelijk stil werd. Hij lag die nacht in zijn cel angstig te wachten op zijn “behandeling”, maar er werd hem een langzame pijnlijke dood bespaard. De volgende dag kreeg hij een nekschot terwijl hij de trappen van de gevangenis afdaalde naar de kelders. De vier lichamen werden vanaf een schip op zee overboord gegooid.

Na beëindiging van de vijandelijkheden werden drie nazi’s in staat van beschuldiging gesteld door het oorlog tribunaal. Twee werden ter dood veroordeeld en één tot levenslange gevangenisstraf, omdat hij een bijrol had gespeeld bij de dood van de drie jonge commando’s.

_________________
Met vriendelijke verzamelgroet,
Henk-Willem
SRO lid
AFP #41
DGO #3009
OMSA M#8014
GMIC #5812
_________________
Once the rockets are up, who cares where they come down? That's not my department. (W. von Braun)


Omhoog
 Profiel  
 
 Berichttitel: Re: Sabotage & Survival op de Hardangervidda - W. van der Mugge
BerichtGeplaatst: di jul 28, 2009 2:06 pm 
Avatar gebruiker
Offline
Militair.net Medewerker
Militair.net Medewerker

Berichten: 7496
Woonplaats: Nederland
Er heerste veel verwarring over het lot van de andere bommenwerper en het tweede zweefvliegtuig, maar toen de feiten boven water kwamen waren de details net zo schokkend. Op 11 december 1942, drie weken na de start van operatie Freshman, ontving SOE een bericht van één van zijn agenten die werkzaam was in het zuidelijke deel van Telemarken onder de codenaam SWAN. Hij berichtte dat het zweefvliegtuig tegen een berg was gevlogen bij de kerk van Helleland in de buurt van Egersund, 200 kilometer verwijderd van zijn feitelijke bestemming. Twee bemanningsleden waren op slag dood, de overigen waren allemaal gewond.

Alle gevangen werden ongeveer twee uur lang verhoord en daarna meteen doodgeschoten. Ook hun lichamen werden in een ondiepe kuil gedump en na de oorlog herbegraven op het kerkhof van Eiganes. Die dag waren in Stavanger en omgeving de scholen gesloten en hingen de vlaggen halfstok.

De Halifax die het zweefvlieg had gesleept was vrijwel meteen toen het zweefvliegtuig los raakte tegen een berg gevlogen, waarbij alle inzittenden om het leven waren gekomen. De Nazi’s dumpten de stoffelijke resten in een moeras. Na de oorlog werden zij herbegraven op het kerkhof van Helleland. Na de oorlog hebben de geallieerden veel tijd gestoken in het opsporen van de schuldigen van deze moordpartijen, welke het gevolg waren van het zogenaamde “Führerbefehl”. Dit bevel werd op 18 oktober 1942 door Hitler uitgevaardigd. Hij was van mening dat de wijze van oorlogvoeren door middel van sabotageen commandoacties niet tot de Geneefse Conventie behoorde en daarom moesten alle leden van deze groepen direct aan de Sicherheits Dienst worden overgedragen om geëxecuteerd te worden.

Zowel op vliegveld Wick, als in Noorwegen zijn monumenten ter herinnering aan de slachtoffers opgericht.

Afbeelding

Grouse was die nacht van de operatie met een sterk gevoel van teleurstelling naar bed gegaan, maar dit gevoel veranderde in wanhoop toen zij via SOE de tragische belevenissen van die nacht te horen kregen. “Het was een bittere ervaring” zo vertelt Poulsson. “Mede gezien het feit dat juist de dagen na die nacht het goed weer bleef”.

Freshman was niet alleen een menselijk drama, ook tactisch gezien was het een ramp. Ruim dertig man elitetroepen waren gesneuveld, maar de Nazi’s waren er ook achter gekomen wat het doel van de missie was en begonnen massaal fortificaties rond de fabriek in Vemork aan te brengen. De kans op een succesvolle actie in en rond de fabriek was dan ook nog maar erg klein. Het lag voor de hand dat de Nazi’s het hele gebied uit zouden kammen en massaal mensen zouden arresteren om er achter te komen wie betrokken was bij de planning van de sabotageoperatie.

De Grousegroep was nu heel kwetsbaar en waren gedwongen zich terug te trekken in een van de meest afgelegen gebieden binnen de Hardangervidda tot het gevaar voorbij was. SOE stuurde een spoedbericht naar de groep dat zij zich zo snel mogelijk in veiligheid moesten brengen. Hen werd gevraagd om de Duitse versterkingen in kaart te brengen en plannen te bedenken voor een nieuwe missie. Met de zin: “Houd de rug recht, wij zullen de klus klaren”, eindigde het telegram.

De groep trok zich zoals gezegd terug diep in de Hardangervidda. Wel melden zij het hoofdkwartier dat twee van hen regelmatige verkenningsacties vanuit de nieuwe locatie zouden uitvoeren.

De komst van de winter maakte het twijfelachtig of een dergelijke operatie nog wel mogelijk was, maar zij stelden Londen op de hoogte dat zij bereid waren de missie zelf uit te voeren. “Wordt de volgende actie weer door Engelsen op dezelfde manier uitgevoerd?” vroegen zij Londen. “Skiers zijn in het voordeel. Als wij enige hulp kunnen bieden willen wij graag aan de actie deelnemen”.

Ondertussen begonnen de Nazi’s met een geweldige veegactie om te radiobedienaar te pakken te krijgen die naar hun idee betrokken moest zijn geweest bij operatie Freshman. In een publicatie in The Times, geschreven door een correspondent van de krant uit Stockholm, was te lezen dat in Rjukan een vals luchtalarm was afgegeven, waarna de inwoners binnen moesten blijven en de stad bezet werd door 200 Gestapoagenten die met machine geweren en granaten bewapend waren. Na een serie invallen, die vijftien uur duurden en waarbij 22 Noren werden gearresteerd en verhoord konden de Nazi’s de man die zij zochten echter niet vinden.

Operatie Freshman was al een ramp voordat deze goed en wel begonnen was, een plan dat ontstaan was op basis van wilde plannen en wanhoop, in plaats van vertrouwen. Zelfs al was de landing goed afgelopen en zelfs al hadden zij kans gezien hun missie met succes te vervullen, dan nog was het zeer onwaarschijnlijk geweest dat zij uit de handen van de Nazi’s hadden kunnen blijven en het was zeer zeker de vraag geweest of zij kans hadden gezien 400 kilometer door bevroren, onbegaanbaar terrein te kunnen trekken. Het leek meer op een zelfmoordactie die de paniek en de noodzaak van de Geallieerden weergaf om het Nazi’s atoomprogramma een halt toe te roepen. De vraag rijst of de planners van de operatie op de hoogte waren van de gevaren van de Noorse wildernis in de winter. Goed getrainde Noren hadden deze operatie uit kunnen voeren, deels omdat zij zich als burgers voor konden doen, maar hoofdzakelijk om dat zij weten hoe zij het klimaat en het terrein kunnen overleven.

Tor Nicolaysen is een bergbeklimmer en outdoorspecialist, die naast andere zaken ook toeristen langs het pad en de hutten van de zwaarwater operatie leidt. Hij is tevens eigenaar van het hotel Rjukan Fjellstue, wat op vijf kilometer afstand van Vemork ligt. Hij kent als geen ander de Hardangervidda en hij betwijfelt of de commando’s van Freshman in dit terrein hadden kunnen overleven. “Ik denk dat zij de klus in Vemork best hadden kunnen klaren, maar ik denk niet dat zij hadden kunnen ontsnappen.

Zij hadden geen ski’s bij zich, hadden geen training gehad voor deze weersomstandigheden en in november 1942 was het weer verschrikkelijk slecht.

Als de mannen kans hadden gezien om de missie succesvol uit te voeren, de tocht naar Zweden te overleven, dan was deze actie in de geschiedenisboeken terecht gekomen als één van de stoutmoedigste, de dapperste en de belangrijkste uit de militaire geschiedenis. De commando’s van Freshman waren geharde, goed getrainde professionals, maar zij hebben nooit de kans gehad om zichzelf te bewijzen.

Afbeelding
Foto: Antonet Dijkstra.

_________________
Met vriendelijke verzamelgroet,
Henk-Willem
SRO lid
AFP #41
DGO #3009
OMSA M#8014
GMIC #5812
_________________
Once the rockets are up, who cares where they come down? That's not my department. (W. von Braun)


Omhoog
 Profiel  
 
 Berichttitel: Re: Sabotage & Survival op de Hardangervidda - W. van der Mugge
BerichtGeplaatst: za sep 19, 2009 8:41 pm 
Avatar gebruiker
Offline
Militair.net Medewerker
Militair.net Medewerker

Berichten: 7496
Woonplaats: Nederland
Tot op het bot.
Na het ter ziele gaan van operatie Freshman werd de noodzaak om een dergelijke operatie opnieuw op te zetten steeds groter, terwijl de kans van slagen steeds kleiner werd. Het vermoeden van de Nazi’s dat de Geallieerden alles op alles zouden zetten om het Duitse atoomprogramma de grond in te boren, werd bevestigd door de vondst van een kaart op een van de crashgebieden waarop Vemork omcirkeld was. Ieder element van verrassing was hiermee verloren gegaan. De Engelsen zouden komen, maar of zij nu over land, over zee of vanuit de lucht kwamen, de Nazi’s stonden in steeds toenemende aantallen, achter steeds sterker wordende fortificaties, op hen te wachten.

De Nazi’s hadden steeds gedacht dat de zwaarwater productiecellen in de kelders van de fabriek veilig waren, beschermd door natuurlijkeen door hen aangelegde concentrische defensieve ringen. De eerste verdedigingslijn werd gevormd door de Noordzee en de zwaar gefortificeerde kustlijn. Dan was er nog een enorm groot gebied rond de fabriek en de toegangen tot de Rjukanvallei die gegeseld werden door de ijskoude wind en de bloedstollende koude. De vallei zelf was alleen maar bereikbaar via een enkele weg. Dus zou elke groep saboteurs die dapper of gek, genoeg waren om de vallei op ski’s te benaderen en daarbij niet ontdekt werden.Moesten daarna nog kans zien te voet de verraderlijk steile kliffen af te dalen. De Nazi’s geloofden niet dat het mogelijk was om de kloof te bedwingen en concentreerden hun verdedigingswerken rond de hangbrug over de kloof en de buizen die achter de fabriek van de helling naar beneden liepen.

(Vandaag de dag trekt de kloof de wereldtop van de ijsklimmers aan, wat een indruk geeft van de zwaarte van de beklimming) Als de Engelsen tot het fabriekscomplex zouden doordringen, wat hoogst onwaarschijnlijk was, dan zouden zij eerst de Nazi verdedigers moeten elimineren, vervolgens tot de kelders moeten doordringen en hun explosieven aanbrengen voordat de Duitse versterkingen vanuit Rjukan zouden arriveren. Vanuit militair oogpunt was dit een onmogelijke optie. Als de Engelsen het wilde proberen, dan geluk ermee, vonden de Nazi’s en dit gaf precies hun arrogante houding weer. Maar dit was nou precies wat SOE een paar dagen na het falen van operatie Freshman van plan waren te doen. Het enige verschil was dat het uitgevoerd zou worden door Noren, verkleed als Engelse soldaten. SOE was nu alleen verantwoordelijk voor de nieuwe missie, want een gecombineerde operatie samen met Combined Operations bleek niet werkbaar. De Noorse sectie in Schotland kreeg opdracht een aanvalsgroep samen te stellen die gedurende de volgende volle maan in december gedropt zouden worden. De nieuwe operatie kreeg de codenaam GUNNERSIDE. Er mocht geen tijd meer verloren gaan want het was al bijna een jaar gelden dat de productie van zwaarwater in Vemork met 300% was opgevoerd en men maakte zich ook zorgen over de kwartiermakers die hun kamp op de Hardangervidda hadden opgeslagen.

De SOE chefs wisten dat de rantsoenen van Groese een gevaarlijk dieptepunt zouden bereiken en zij waren bang dat hun kans op overleven gedurende de komenen de winter te klein waren. Alle vegetatie zou immers verloren gaan in de sneeuwstormen, het ijs en de ijskoude poolwind.

De rendierkudden zouden weldra naar het zuidelijke deel van de Hardangervidda trekken, maar niemand kon voorspellen wanneer. Vlees en vet zouden voor de mannen overigens niet voldoende voedingstoffen leveren om het voorjaar te halen. Om te kunnen overleven zouden zij ook vitaminen en koolhydraten nodig hebben in de vorm van fruit en groenten.

Enkele dagen na de Freshmantragedie, ontving de groep het bericht dat een volgende aanval gepland was en dat deze in de week voor Kerstmis uitgevoerd zou gaan worden. De codenaam van hun eigen operatie zou veranderd worden van Grouse in SWALLOW om er zeker van te zijn dat de Nazi’s iets van hun bestaan te weten waren gekomen gedurende de ondervragingen in de directe periode na Freshman.

Zij besloten de Sandvatnhut te verlaten en niet meer via de radio met Engeland contact op te nemen tot zij er zeker van waren dar de Nazirazzia’s voorbij waren. Het was een uiterst gespannen situatie en Grouse begreep heel goed dat het beste wat zij nu konden doen was onderduiken tot alles weer rustig werd.

De SOEregels waren heel duidelijk, Swallow mocht onder geen beding contact opnemen met een andere SOEagent, maar zowel Swallow, als Skinnerland, waren met elkaars aanwezigheid in het gebied bekend.

Het was echter niet te voorkomen dat zij elkaars pad kruisten omdat Swallow hulp nodig had bij het uitvoeren van hun taken. Skinnerland die hun accu’s op kwamen halen om deze bij te laten laden stelde voor dat zij uit zouden wijken naar de Grasdalenhut die eigendom was van het hoofd van de Milorgcel in Rjukan. Milorg was de naam van de ondergrondse verzetsbeweging in Noorwegen. De vier besloten zich weer in twee paren op te delen, alle uitrusting te verdelen en een tijdje bij elkaar uit de buurt te blijven.

Op 23 november arriveerden zij in hun nieuwe onderkomen met al hun uitrustingen behalve het Eureka apparaat dat elders verstopt was en van hieruit vertrokken zij weer naar de plek bij Fjarefit waar zij de containers hadden verstopt om de rest van de uitrusting op te halen. In het donker waren zij echter niet in staat de containers te vinden en waren gedwongen die nacht in hun slaapzakken in sneeuwholen door te brengen omdat op de Hardangervidda een sneeuwstorm was opgestoken. De volgende dag konden zij ondanks een geweldige sneeuwstorm hun containers vinden en konden zij dankzij een windscherm, gemaakt van de parachute, de voorraden verdelen. Poulsson en Kjelstrup gingen naar een gebied genaamd Vinje, terwijl Haugland en Helberg alle voorraden die zij maar konden dragen naar de hut in Grasdal brachten.

Het eerste paar werd soms letterlijk door de kracht van de wind omver geblazen. Volgens Poulsson moesten zij gewoon op handen en voeten kruipen om nog vooruit te kunnen komen. Zij waren gedwongen om in de nabij gelegen boerderijen onderdak te zoeken. Dit zouden zij normaal alleen doen in een noodgeval omdat zij bang waren dat mogelijke geruchten over hun aanwezigheid ook ter ore zou komen van de Nazi’s of Noorse collaborateurs. Deze laatsten werden in Noorwegen Quislings genoemd. Beiden werden echter steeds door vaderlandslievende Noren ontvangen die geen vragen stelden en een aantal dagen later waren de vier weer bij elkaar in de Grasdal hut om vandaaruit elk apart weer op pad te gaan. De volgende twee weken ontweken alle vier leden van Swallow de Nazirazzia’s alleen, of in paren, voordat zij naar de Grasdalhut terug keerden. Volgens Poulsson was het opmerkelijk dat zij kans hadden gezien de zoekacties te ontwijken. Hij en Kjelstrup kamen in het gebied rond Rauland aan terwijl de Nazi’s er net weg waren, terwijl Haugland er net vertrokken was voordat de Nazi’s eraan kwamen. Helberg had met Torstein Skinnerland op een bepaald punt afgesproken, maar hij was godzijdank gezien het verschrikkelijke weer niet in staat geweest te komen. Die dag was Torstein namelijk door de Nazi’s gearresteerd en naar het concentratiekamp in Grini, bij Oslo, gestuurd. Een ander lid van de Skinnerlandfamilie, Olav, was ook gearresteerd in een poging van de Nazi’s om alle vormen van verzet in het gebied rond Rjukan uit te roeien.

De arrestatie van Torstein was niet alleen een slag voor Swallow, naar ook voor de Geallieerde Inlichtingen Dienst. Gelukkig was zijn broer Einar tijdig gewaarschuwd en kon hij naar de Hardangervidda ontsnappen. Terwijl de Nazi’s het gebied uitkamden om Einar te vinden, besloot men dat het voor iedereen beter was dat Einar bij hen zou blijven tot de zoekacties voorbij waren. Einar bleek een geweldige aanvulling voor het team te zijn. Zonder hem hadden zij niet kunnen overleven, laat staan de operatie hebben kunnen uitvoeren. Hij bleek een man met een goed humeur te zijn en met zijn opgewekte geest en altijd aanwezige glimlach wist hij de spirit van het team weer flink op te krikken. In zijn rapport van na de oorlog schreef Helberg: “Het was een plezier om in zijn gezelschap te zijn, hij was een belangrijke factor in ons bestaan in die moeilijke omstandigheden. Skinnerland verzamelde gegevens over troepenconcentraties in de omgeving, over de productie van zwaarwater in Vemork, hij bracht munitie voor de rendierjacht en laadde de accu’s op voor de zender en het Eurekaapparaat.

Via zijn broer Torstein had Einar de groep al eens eerder van voorraden voorzien toch dat was meestal alleen meel en havervlokken, maar alle beetjes hielpen. Nu bracht hij ons ook extra dingen zoals gedroogde melk, sardientjes, bonen, haver, aardappels en andere zaken. Deze dingen waren de jeu van ons bestaan, aldus Poulsson. Maar met de arrestatie van Torstein was deze bron van voedsel weggevallen en nu moest het team hun eigen kostje bij elkaar zien te scharrelen in afwachting van de zwaarste winter in jaren die het gebied zou treffen.

_________________
Met vriendelijke verzamelgroet,
Henk-Willem
SRO lid
AFP #41
DGO #3009
OMSA M#8014
GMIC #5812
_________________
Once the rockets are up, who cares where they come down? That's not my department. (W. von Braun)


Omhoog
 Profiel  
 
 Berichttitel: Re: Sabotage & Survival op de Hardangervidda - W. van der Mugge
BerichtGeplaatst: za sep 19, 2009 8:51 pm 
Avatar gebruiker
Offline
Militair.net Medewerker
Militair.net Medewerker

Berichten: 7496
Woonplaats: Nederland
Wanneer Einar bij hen in de hut was, was hij één bonk rustloze energie , kookte eten, hakte hout en maakte schoon. Hij was ook één van de beste skiërs van het Telemarkengebied, hij kende het gebied net zo goed zoals wij onze achtertuin kennen. Zijn vindingrijkheid en zijn praktische waardigheden redden ook het radiocontact met Engeland. De handgenerator, nodig om de apparatuur van spanning te voorzien, was een stukje machinerie dat vol kuren zat. Daarnaast putte het ronddraaien van de handels degene die moest draaien volledig uit want de generator liep heel zwaar. Omdat de leden van Swallow te weinig energie binnen kregen was het bedienen van de generator een vervelend karwei voor het team. Op een nacht was de situatie hopeloos. Het vliegtuig dat het Gunnersideteam zou brengen werd verwacht, maar het team kreeg de generator niet aan de praat en men was bang geen contact te kunnen maken met de RAF piloten door middel van Eureka. Skinnerland was echter redder in nood, hij deed een paar noodreparaties waardoor de generator weer spanning leverde, maar de dropping werd afgezegd.

De volgende dag fabriceerde Skinnerland langere handels zodat het team de generator kon bedienen zonder uitgeput te raken. De mannen hadden ook problemen met de radioset, zij konden wel boodschappen ontvangen, maar niet meer zelf zenden. Einar slaagde er echter in de onderlinge verbindingen van de radio aan te passen en sloot de generator direct op de radioset aan. Dit keerde het tij, dankzij Skinnerland’s initiatieven was Swallow in staat om contact met Londen te onderhouden en daarmee was de operatie gered. “Zonder Skinnerland’s handige oplossingen zouden wij nooit in staat zijn geweest de missie met succes uit te voeren”, vertelde Helberg aan Engelse officieren. “Zonder hem zou de doelmatigheid van het verzamelen van informatie heel laag zijn geweest. Zonder hem zou de verbinding met Engeland verbroken zijn. Zonder hem zouden wij nog minder voedsel hebben gehad, tot de jacht op rendieren begon. Hij was onmisbaar”. Helaas gaf het weinige brood dat hij hen toe wist te spelen nog meer problemen. Van het Noorse brood kregen wij steeds diaree, aldus Poulsson.

Het waren zware tijden voor iedereen die met de missie te maken had. De voedselvoorraden waren erg laag, het Eurekabaken was niet bij hen in de buurt, Zij moesten zeker zijn van de sterkte van de bewaking in Vemork, een absolute voorwaarde om de operatie uit te kunnen voeren. Maar het was lastig voor hen om zich te verplaatsen zonder achterdocht te wekken. “Wij hadden drie taken terwijl wij op team Gunnerside wachtten”, zei Poulsson. “De eerste taak was om in leven te blijven, de tweede taak was het contact met Engeland te onderhouden en de derde taak was contact te maken met mensen die ons van informatie konden voorzien over wat er in de fabriek in Vemork gebeurde en wat de Duitsers van plan waren”.

Afbeelding
Foto: Antonet Dijkstra

Afbeelding
Telegram van Engeland aan Swallow d.d. 4 december 1942.

Afbeelding

Afbeelding
Telegram van Swallow aan Londen, verzonden op 13 december 1942. Zie bijlage "Coderen".
STERKTE BEWAKINGSTROEPEN IN RJUKAN EN VEMORK VOORLOPIG ONVERANDERD
STOP TWEE WORDEN NAGESTUURD STOP VERKENNING NOODZAKELIJK STOP
MITRAILLEURS GEPLAATST OP DAK WATERSTOFFABRIEK STOP DETAILS MOEILIJK
TE VERKRIJGEN DIT OGENBLIK SLUITEN

_________________
Met vriendelijke verzamelgroet,
Henk-Willem
SRO lid
AFP #41
DGO #3009
OMSA M#8014
GMIC #5812
_________________
Once the rockets are up, who cares where they come down? That's not my department. (W. von Braun)


Omhoog
 Profiel  
 
 Berichttitel: Re: Sabotage & Survival op de Hardangervidda - W. van der Mugge
BerichtGeplaatst: za sep 19, 2009 8:58 pm 
Avatar gebruiker
Offline
Militair.net Medewerker
Militair.net Medewerker

Berichten: 7496
Woonplaats: Nederland
Op 11 december 1942 maakten zij weer contact met Engeland en kregen te horen zich gereed te houden voor de komst van team Gunnerside binnen een week. Lichamelijk was de groep in slechte conditie doordat zij gedurende de voorgaande weken te weinig en niet voedzaam genoeg hadden gegeten.

Toen zij op 16 december op standby werden gezet was iedereen ziek, zij hadden koorts en hevige maagkrampen. “Wij werden ziek na het eten van gedroogd vlees dat wij in een hut hadden gevonden. Het was in zout bewaard voor ongeveer twee maanden, wij maakten de fout het vlees niet eerst in water af te spoelen en het niet twee keer te koken om van het zout af te komen”, zo vertelt Haugland. “Ik ben nog nooit zo ziek geweest, maar het duurde gelukkig niet lang”.

Ondanks dat zij ziek waren trokken Helberg en Kjelstrup erop uit om zich door het bevroren landschap te worstelen om het Eurekabaken bij de Sandvatnhut op te halen. Poulsson ging er elke dag met zijn Kraggeweer op uit om rendieren te zoeken. Van Einar had hij een paar magazijnen met patronen gekregen. Helaas was het weer te slecht en kon Poulsson geen rendieren vinden.

Hun toestand verslechterde nog meer toen zij door hun voorraad droog stookhout heen waren, maar niemand klaagde er tegenover een ander over. Hun krachten begonnen langzaam maar zeker af te nemen en Kjelstrup en Helberg kregen hongeroedeem en beiden zwollen ongeveer 10 kilo op. Deze opgeblazen toestand ontstaat doordat het lichaam heel veel vocht vast houdt, hierdoor moeten de mannen zo’n zes per nacht urineren, wat hun uitputting weer verergerde. Het werd steeds moeilijker om ‘s nachts uit slaapzakken te komen om te gaan plassen. Af en toe had de hele groep last van duizelingen, koorts en sterke vlagen misselijkheid.

“Wij waren al snel door al onze rantsoenen heen, behalve een klein voorraadje dat wij voor noodgevallen apart hielden”, aldus Helberg. “Wij probeerden rendieren te vinden, maar er waren er geen in ons gebied te vinden. Rendieren trekken altijd tegen de wind in en de wind kwam domweg uit de verkeerde richting. Wij braken in hutten in om iets eetbaars te vinden, maar wij hadden niet veel succes. Gedurende vredestijd lieten de mensen vrij veel basisvoorraden zoals suiker, haver of gedroogde vis in de hutten achter, maar omdat er door de oorlog een voedseltekort was waren de hutten vrijwel leeg”.

Eén van de meest opmerkelijke zaken van de strijd van Swallow om onder deze verschrikkelijke omstandigheden te overleven was dat zij hun kalmte bewaarden en hun gevoel voor saamhorigheid nooit verloren. Niemand verloor zijn geduld, zij vertelden elkaar verhalen over hun jeugd, tapten moppen en keken vooruit hoe Noorwegen eruit zou zien na de oorlog wanneer het land van Nazi’s bevrijd zou zijn. De geestkracht van elk van de leden van het team was bepalend voor het succes van de missie. Hun mentale gezondheid was bijna net zo belangrijk als hun lichamelijke conditie, ondanks de enorme druk waren zij in staat positief te blijven denken. “Wij leefden de hele tijd in de bergen onder primitieve omstandigheden”volgens Poulsson. “Wij zagen nooit andere gezichten, onder deze omstandigheden kan de zogenaamde ‘Poolziekte’ ontstaan, deze ziekte was niet bekend bij ons. Het waren de primitieve omstandigheden waaronder wij moesten leven en dat nam al onze energie weg. Wij hadden gewoon de tijd niet om op elkaar’s zenuwen te werken.

Het overlevingselement en de kunst van het buitenleven waren de sleutelelementen van het verhaal van de pogingen van de Geallieerden om het Duitse atoomprogramma te vernietigen. Misschien heeft het gebied niet de hellingen en de pieken van de Alpen of de Himalaya, de vriendelijk glooiende heuvels van de Hardangervidda kunnen bedrieglijk zijn. Het is eigenlijk een vergrote versie van het Engelse Dartmoor, maar dan in een poolgebied, een paar honderd meter hoger en blootgesteld aan de geselende stormen uit het noorden. Het vreemde van de Hardangervidda is dat het maar 200 kilometer van Oslo en het dichtbevolkte gebied van de zuidkust verwijderd is.

Het ligt ook op maar een paar vliegen van ons verwijderd. Elke buitensporter raakt opgewonden van het feit dat hij thuis zijn ontbijt kan eten en een paar uur later zijn avondmaal kan bereiden in een sneeuwhol terwijl er buiten een enorme sneeuwstorm te keer gaat in één van de laatste wildernissen in Europa. Het gebied kan de vaardigheden van elke man die van extreme uitdagingen houdt tot het uiterste beproeven.

Wij moeten dankbaar zijn dat zo’n gebied nog bestaat, maar in de winter van 1943 op 1943 zaten de mannen van Swallow daar beslist niet voor hun plezier. De sfeer van onzelfzuchtigheid van het Swallowteam gedurende hun gedwongen verblijf op de Hardangervidda is beslist opmerkelijk. Iedereen die gedurende een langere periode met een groep mensen in de wildernis heeft gezeten begrijpt dat de spanningen hoog op kunnen lopen en zelfs de onderlinge band tussen de leden op het spel kan zetten.

Hen was nooit verteld wat het eigenlijke doel van de missie was en zij hadden geen idee wat er voor de Geallieerden op het spel stond. Op hun schouders lag een loodzware taak, namelijk de toekomst van een vrije wereld. Zij wisten ook niet dat Churchill in Londen handenwringend op nieuws over hun missie zat te wachten, net als Roosevelt in Washington. Voor hen was het slechts een taak die hun was opgedragen in het kader van een wereldoorlog. Ondanks de immense problemen die zij moesten zien te overwinnen, klaagden zij daar nooit over in hun communicatie met Londen. Ook vielen zij nooit tegen elkaar uit ondanks hun wanhopige situatie. Het is bepaald niet overdreven om te stellen dat de dood, of een ernstige ziekte, hen dagelijks gedurende die periode in de ogen keek.

Toch was hun gevoel voor humor en het gevoel van een onbreekbare onderlinge band de reden dat zij voortdurend hun grenzen van menselijk kunnen verlegden en daardoor in staat waren hun missie te volbrengen.

Poulsson: “Wij konden allemaal skiën, wij konden allemaal kaartlezen, konden kompas lezen en wij hadden de vaardigheden om de extreme kou zelfs buiten te overleven als wij niet in staat waren om op tijd naar de hut terug te keren. Eenzaamheid heeft een lichamelijk aspect, maar het psychologische aspect is ook heel belangrijk. Langzamerhand leer je je kameraden erg goed kennen, alle hun goede en slechte eigenschappen.

Een klein dingetje kan onder die omstandigheden een enorme zaak worden, maar ik had het geluk dat ik mannen van het hoogste kaliber bij mij had. Kameraadschap is heel belangrijk en mijn mannen hadden de juiste mentaliteit. Zij hadden een enorm uithoudingsvermogen. Als zij zagen dat er iets moest gebeuren dan deden zij dat gewoon zonder eerst te wachten of een ander het zou doen. Zij vonden het heel belangrijk om goede vrienden te blijven. Als één de mannen niet over de juiste kwaliteiten beschikt had dan had ons leven daar een hel kunnen worden”.

Het team trok verder naar de Svensbuhut, ook wel Fetter genaamd in de buurt van het Store Saurameer. Daar kregen zij eindelijk weer eens een goede maaltijd binnen toen Helberg wat vis bemachtigde die bij een hut in de buurt begraven was. De Svensbuhut was de beste hut waar zij tot nu toe verbleven. Hij lag goed verscholen, was niet aangegeven op de lokale kaarten en nog belangrijker: het lag vlak bij een berkenbos waar haardhout gehaald kon worden. In de hut was ook een houtkachel aanwezig waar ook niet gedroogd hout in gestookt kon worden. Hier konden zij gewoon houthakken en het direct opstoken, terwijl het niet eerst gedroogd moest worden zoals in de andere hutten. Wanneer de dood, of een ernstige ziekte op de loer ligt als gevolg van kou in combinatie met hongersnood, dan is het feit dat je het ergens warm kunt maken een enorme opsteker.

De hutten waren van vitaal belang voor de leden van Swallow. In extreme kou is het van groot belang dat kleding, tenten en andere uitrusting kan drogen en dat ook het lichaam weer op kan warmen en bijtanken. Zij konden op eenvoudige manier warm blijven door de kachel aan te steken en te wachten tot de vloer en de wanden opgewarmd waren om dan vervolgens onder de huiden te kruipen. Maar om warm te blijven was hout nodig en hoe verder zij vanuit de vallei de helling op trokken, des te schaarser de bomen werden. Dus moesten zij halsbrekende toeren met de slee uithalen om hout uit de dalen te bemachtigen.

Afbeelding

Hout maakt je twee keer warm, eerst om het te verzamelen en daarna door het verbranden, zo vertelden zij elkaar, maar de negatieve kant van het verhaal was dat zij met het verzamelen van hout meer energie gebruikten dan het lichaam aanmaakte als gevolg van ondervoeding en de alom aanwezige kou en andere activiteiten als jagen en verkenningen. Ondanks de problemen om het te verzamelen verschafte het hout hun toch warme maaltijden, warme drank en droge kleren. Dat was de enige vorm van comfort die zij gedurende de lange en zeer koude winter hadden.

Voedsel daarintegen, of meer het gebrek er aan, werd een steeds groter wordend probleem en dit hadden zij steeds al in hun achterhoofd sinds zij voor het eerst voet in Noorwegen hadden gezet. Hun rantsoenen waren voor het eind van oktober al gehalveerd en nu was alles op. Het hoofdbestanddeel van hun voorraad had uit een substantie bestaan genaamd Pemmican, wat van oorsprong afkomstig was van de inheemse stammen van Noord-Amerika die jagers en vissers waren in het Canadese subpoolgebied.

Verbasterd van het woord Pemikan van de Creeindianen, bestaat Pemmican uit gedroogd vlees, vet en fruit dat fijngemaakt en vermalen wordt tot een drab met een zeer hoge voedingswaarde. Een perfect soldatenrantsoen dat rauw, of met bouillon aangemaakt, gegeten kan worden. Over het algemeen waren de rantsoenen van voldoende kwaliteit, maar het probleem was de kwantiteit. Zij hadden niet kunnen weten dat zij gedwongen waren zo lang op de komst van de Gunnerside te moeten wachten en dat het zo’n strenge winter zou zijn die hen van al hun krachten beroofde.

Terwijl Poulsson de krachten uit zijn kameraden zag wegvloeien en zelf ook steeds verder achteruit ging, ging hij toch elke dag er op uit met zijn Kraggeweer over zijn schouder. Op de grote witte ijskoude vlakten van de Hardangervidda was hij voortdurend op zoek naar voedsel. Men ervaart een sterk gevoel van eenzaamheid en onbeduidendheid wanneer men alleen in zo’n gebied is en er in de verste verte geen mens te bekennen is. Op een heldere dag kun je op de Hardangervidda in de winter heel ver kijken, Hij kon er echter niet van genieten, duizelig van moeheid en ondervoeding sleepte hij zichzelf door de sneeuw in een wanhopige poging om zijn team en zichzelf in leven te houden. De eerder beschreven gevoelens werkten daardoor nog sterker op hem in.

Afbeelding
Krag geweeer

_________________
Met vriendelijke verzamelgroet,
Henk-Willem
SRO lid
AFP #41
DGO #3009
OMSA M#8014
GMIC #5812
_________________
Once the rockets are up, who cares where they come down? That's not my department. (W. von Braun)


Omhoog
 Profiel  
 
Geef de vorige berichten weer:  Sorteer op  
Plaats een nieuw onderwerp Dit onderwerp is gesloten, je kan geen berichten wijzigen of nieuwe antwoorden plaatsen  [ 31 berichten ]  Ga naar pagina 1, 2, 3  Volgende


Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast


Je mag geen nieuwe onderwerpen in dit forum plaatsen
Je mag niet antwoorden op een onderwerp in dit forum
Je mag je berichten in dit forum niet wijzigen
Je mag je berichten niet uit dit forum verwijderen

Zoek naar:
Ga naar:  

Powered by phpBB © 2000, 2002, 2005, 2007 phpBB Group