EERBETOON AAN DODE KEIZER WILHELM II
Deels gestoken in militaire uniformen van rond 1900, compleet met sabel, punthelm en glimmende laarzen, lopen vijftien Duitse mannen in de pas door het park van Huis Doorn.
Een van hen probeert een Pruisische paradepas na te doen, waarbij de benen hoog moeten worden opgezwaaid.
De Duitsers, lid van een officiersvereniging, zijn afkomstig uit alle delen van het land. Ze hebben er een stevige reis opzitten om te kunnen deelnemen aan de herdenking van de 150ste geboortedag van de laatste Duitse keizer Wilhem II. De vorst kreeg in 1918 asiel in Nederland, nadat hij na de verloren Eerste Wereldoorlog moest aftreden. Wilhelm II, die tevens koning van de staat Pruisen was, overleed in 1941 in Huis Doorn.
Voorop lopen twee mannen, met grote snorren, met een krans. Even later zwaaien de houten deuren van het mausoleum open dat alleen bij hoge uitzondering mag worden bezocht. Ze bidden er het Onze Vader en salueren. Dan volgt: ‘Linksom, een, twee, drie mars’.
Over de kist ligt een grote Pruisische vlag, in de kleuren wit-zwart en voorzien van de traditionele adelaar. Aan een kruis, gemaakt van tientallen witte anjers, hangt een lint met de letters GF: de afkorting voor prins Georg Friedrich von Preussen die Doorn enkele uren eerder heeft bezocht. De achter-achterkleinzoon is het huidige hoofd van het Huis Hohenzollern. Trouwe monarchisten spreken hem zelfs aan met keizerlijke hoogheid. Ook andere Duitse bezoekers hebben bloemen en kransen meegenomen.
Van enig Nederlands eerbetoon is niets te zien. Huis Doorn, sinds enkele jaren een rijksmuseum, trekt jaarlijks 30.000 bezoekers met zijn exposities over het leven van de keizerlijke familie. Tien procent van de gasten komt uit Duitsland. De directie hoopt het aantal bezoekers te kunnen verhogen tot ruim 35.000, bijvoorbeeld door erop te wijzen dat het museum tegen de Utrechtse Heuvelrug aanligt.
‘Kapitein’ Uwe Zinnow is in het dagelijks leven ambtenaar van de gemeente Keulen. Anderen zijn dierenarts, bouwingenieur of echt officier in het Duitse leger. ,,Wij spelen geen carnaval,’’ zegt Zinnow (46) die onderstreept dat het om uniformen uit de vredestijd (1843-1914) gaat. Een collega draagt een origineel uniform van een generaal, een arts, uit 1890. Hij heeft het pak geërfd. Zinnow vertelt dat Pruisen zijn tijd vooruit was. Er was leerplicht en mensen waren tegen ziekte verzekerd.
In Doorn kunnen de leden van de officiersvereniging hun hobby even beoefenen. Ze nemen er vakantiedagen voor op - de reis betalen ze ook zelf - en volgen lessen geschiedenis. Gerald Wittwer, 60, heeft een uniform van een sergeant-majoor aan. Nagemaakt. Met Britse goudkleurige knopen. Maar hij draagt wel een Duitse sabel uit 1889. ,,In geen geval wil ik dat de monarchie weer wordt ingevoerd,’’ zegt hij. ,,Ik vereer de tijd.’’
Bron: AD.nl
♦
Er is 2 keer gereageerd op dit nieuws.