Forum
Militair.net - informatie, wapens, terrorisme, militair forum en meer in het archief.
Militair nieuws
♦ 28-01-2009 | 09:01 - Reporter: Goblin ♦

HERDENKEN MET DE DUITSERS


Al zestig jaar is er herrie om twee minuten stilte. Het karakter van de dodenherdenking op 4 mei is tussen 1945 en nu voortdurend veranderd.

Deze week waren voor het eerst officieel moslims aanwezig bij de herdenking in Amsterdam van de slachtoffers van het Duitse concentratiekamp Auschwitz. Voor het eerst waren zij nadrukkelijk uitgenodigd.

De aanwezigheid van moslims past in de voortdurende ontwikkeling die dodenherdenkingen sinds 1945 hebben doorgemaakt. Zo stonden er, zonder dat daar veel ruchtbaarheid aan werd gegeven, halverwege de jaren negentig ineens Duitsers bij de dodenherdenkingen. Zij waren ook gasten op de bevrijdingsfeesten.

Graag geziene gasten, maar aanvankelijk alleen op herdenkingen in provinciesteden. Wat op de landelijke dodenherdenking op de Amsterdamse Dam nog lang een taboe bleef, werd in 33 provincieplaatsen jaren eerder gepraktiseerd: de Duitser als symbool voor allerhande groepen oorlogsslachtoffers.

Naarmate de oorlog verder weg kwam te liggen, werden op 4 mei steeds meer groepen herdacht:
- Eerst alleen de gesneuvelde militaire en illegale strijders van de Tweede Wereldoorlog.

- Daarna, in de jaren vijftig en zestig, ook de in Nederlands-IndiŽ en Korea gevallen soldaten.

- In de jaren zestig en zeventig kwamen eindelijk de Joodse vervolgingsslachtoffers aan de beurt.

- Kort hierop volgden ook de in de Tweede Wereldoorlog onderdrukte homoseksuelen.

In de jaren tachtig leek het erop dat met de toevoeging van de overige vervolgden en van dwangarbeiders de orde van de slachtoffers compleet was. Niets bleek minder waar. Sinds halverwege de jaren negentig werden zelfs Duitsers op de Nederlandse lokale dodenherdenkingen als slachtoffers herdacht.

Jaren werd er al gediscussieerd over de Duitse aanwezigheid. Tot aan de jaren zestig werd de oorlog verbeeld als een strijd van een klein onverschrokken land, dat aangerand was door de barbaarse Duitse overmacht. Er bestond een beeld van Nederlanders als 'collectief goed' en Duitsers als 'collectief fout'.

Hoewel deze voorstelling al sinds de jaren zestig aan erosie onderhevig was, werd in de gezamenlijke herdenkingsceremonies definitief afgerekend met dit beeld. Op 5 mei werd niet langer de bevrijding van de Duitsers herdacht, maar nu werd samen met de Duitsers de vrijheid gevierd.

Op de lokale 4 meiceremonies herdenkt men niet langer de slachtoffers van dť Duitsers, maar nu herdenkt men zelfs ook de Duitse slachtoffers van de nazi's.

Dit in contrast met de landelijke herdenking, waar tot dan toe alleen nationale slachtoffers van oorlog en vredesmissies werden herdacht.

Op lokale ceremonies in Venray en Nijmegen bijvoorbeeld, waren Duitsers niet enkel aanwezig om de Nederlandse slachtoffers te herdenken. Er werden ook Duitse herdacht.

In Nijmegen werd de aandacht gevestigd op Duitse geŽxecuteerde deserteurs en op Heimatvertriebenen, Duitsers die na de oorlog weggejaagd waren uit voormalige Duitse gebieden in het oosten van Europa.

Met het gezamenlijke herdenken werd aangehaakt bij een nieuwe, taboedoorbrekende benadering van de geschiedenis, die vanaf de jaren negentig steeds populairder werd. In Europa kwam er steeds meer aandacht voor Duits oorlogsleed, zonder dat dit per definitie afbreuk deed aan de Duitse schuld aan de oorlog.

Een analyse van de betekenis van de gezamenlijke herdenkingsceremonies toont aan dat de boodschap die uitging van de gezamenlijke herdenkingen zeker niet altijd het toonbeeld van vernieuwing was. De Duitse gasten bleken op de dodenherdenking verscheidene dingen tegelijk te moeten symboliseren.

Enerzijds moesten de gasten uitdrukken dat ook Duitsers slachtoffer zijn geworden. Dit was op zich vernieuwend. Ook moest Duitse aanwezigheid symboliseren dat 4 mei was verruimd en dat de Nederlands-Duitse betrekkingen niet langer door de Tweede Wereldoorlog werden overschaduwd. Niet langer moest de oorlog centraal staan, maar de naoorlogse samenwerking en strijd voor de vrijheid. Ook dit was vernieuwend.

Het benadrukken van Duits oorlogsleed zorgde er tegelijkertijd wel voor, dat de aandacht in de herdenking hoofdzakelijk op de Tweede Wereldoorlog werd gevestigd.

Al evenmin vernieuwend bleek de neiging van Duitse genodigden excuses te maken voor de nazimisdaden. Ook dit vestigde voor de zoveelste keer de aandacht weer sterk op de oorlog en bevestigde het beeld van Duitsers als daders en Nederlanders als slachtoffers. Dit was geen vernieuwing, maar ritualisering van het Duitse schuldbesef.

Waar samen werd herdacht, bleken er steeds ook problemen te zijn. Zo waren de Duitse taal en vlag taboe bij de sommige lokale herdenkingen.

Toch was er vernieuwing: er werd tijdens de ceremonies steeds meer nadruk gelegd op Europese samenwerking, de mensenrechten, vrijheid en democratie. De Duitse genodigden konden dit kennelijk als geen ander symboliseren. Op de lokale dodenherdenkingen wilde men benadrukken dat Duitsland dankzij de Europese samenwerking van vijand tot partner was geworden.

Op de lokale herdenkingen werden ook internationale slachtoffers 'van de strijd om de vrijheid' herdacht. Maar als iedereen herdacht wordt, waarom waren er dan alleen Duitsers van de partij? Duitsers waren kennelijk zo ver gerehabiliteerd, dat ze model konden staan voor allerhande slachtoffers van oorlogen en missies.

De Duitsers kregen een nieuwe rol. Eerst waren ze vooral aanwezig als erfgenaam van de dader, vervolgens ook als slachtoffer en later als mede-Europeaan en als het levende bewijs van het succes van de Europese samenwerking.

In het eerste hoofdstuk van deze scriptie werd duidelijk dat eerdere veranderingen en politieke beslissingen steeds van invloed waren op de betekenis van de dodenherdenking. Vaak waren alternatieve protestherdenkingen de motor achter veranderingen in wie en wat herdacht werden in de nationale ceremonie.

De geschiedenis van het Nederlands-Duitse herdenken lijkt eveneens op het eerste gezicht in dit plaatje te passen. De gezamenlijke herdenkingen ontstonden immers als gevolg van tijdsgebonden maatschappelijke en politieke behoeftes. Ze leken de ideale oplossing voor vraagstukken die vanaf eind jaren tachtig ontstonden: de noodzaak van actualisering van de herdenkingsboodschap, vanwege het uitsterven van de oorlogsgeneratie en vanwege de nieuwe internationale verhoudingen.

De gezamenlijke herdenkingen werden gezien als een politiek middel om de in de jaren negentig gespannen Nederlands-Duitse relaties te ontdoen van de schaduw van de Tweede Wereldoorlog. Er kon zo worden aangehaakt bij een bredere trend in de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog: met het samen herdenken kon de absolute tegenstelling van Duitse daders en Nederlandse slachtoffers worden gereduceerd.

Gezamenlijke specifiek Nederlands-Duitse herdenkingen kwamen er ondanks deze politieke behoefte op nationaal niveau nog niet door. Dit had te maken met het emotionele veto van de oorlogsslachtoffers. In 33 Nederlandse gemeenten waar werd samengewerkt met de Duitsers, werd al wel samen herdacht.

Toch lijkt het mij, gezien de aard van de lokale en nationale herdenkingsinitiatieven van de laatste jaren, waarschijnlijker dat de Nederlands-Duitse lokale dodenherdenking een tussenfase blijkt te vormen in de Nederlandse herdenkingsgeschiedenis, die op nationaal niveau zal worden overgeslagen.

Immers, de rol van de Duitse gasten bij de lokale herdenking wordt steeds minder specifiek Duits en steeds meer Europees.

Bovendien wijzen de recente ontwikkelingen in het herdenken en vieren ook op nationaal niveau op een bredere internationale oriŽntatie. De vijfde mei is al geÔnternationaliseerd en de laatste plannen van het Nationaal Comitť 4 en 5 mei lijken de weg vrij te maken voor een bredere internationale oriŽntatie, ook op de vierde mei.

Wellicht zal ooit 8 mei, het Europese einde van de Tweede Wereldoorlog, of 9 mei, Europadag - of Schuman-dag, naar de bedenker van de Europese Gemeenschap - de plaats innemen van de vierde of vijfde mei.

Bron: Parool.
Er is nog niet op dit nieuws bericht gereageerd.

Militaire foto