Hoog tijd bloedbad op Java te erkennenNederland lijkt de slachtoffers vergeten van het drama in het dorpje Rawagede, precies zestig jaar geleden.
Het was afgelopen zondag precies zestig jaar geleden dat in het Javaanse dorpje Rawagede een van de ernstigste schendingen van mensenrechten plaatsvond, ooit door Nederlandse militairen begaan. Er vielen meer dan 400 slachtoffers. De herdenking heeft maar weinig aandacht gekregen.
De tragedie speelde zich destijds af op West-Java, in de tijd dat Nederland in een militair conflict was geraakt met de pas uitgeroepen Republiek Indonesië. In juli 1947 begon Nederland de zogenaamde ’Eerste Politionele Actie’. Nederlandse troepen hielden zuiveringsacties in gebieden waar guerrilla’s van het Indonesische leger actief waren.
Begin december werd zo’n actie gehouden in het gebied van de desa Rawagede, even ten oosten van Jakarta. Men vermoedde dat zich in dat dorp een commandant schuil hield. Op zijn hoofd was een prijs van 10.000 gulden gezet. Toen de dorpsbewoners ontkenden dat hij zich daar bevond, gingen de Nederlandse troepen over tot het bijeenbrengen van dorpsbewoners. In de vroege ochtend van 9 december werden meer dan 400 van hen doodgeschoten.
Rawagede was een slachtpartij, en het is een van de bloedigste hoofdstukken uit de geschiedenis van de Nederlandse militaire aanwezigheid in de voormalige kolonie.
Zestig jaar later heet de desa niet langer Rawagede, maar Balongsari. Wie dat dorpje bezoekt, vindt er een speciale begraafplaats waar de 431 slachtoffers zijn begraven. Er is ook een monument opgericht waarop een vrouw staat afgebeeld die haar dode kind in de armen houdt. Een stichting houdt de herinnering aan het drama levend.
Overlevenden zijn er nog maar weinig, mede omdat de levensduur van de gemiddelde Indonesiër lager is dan bij ons. Niettemin hopen deze overlevenden nog altijd enige compensatie te ontvangen van Nederland.
De Nederlanders die langskomen om de plek des onheils te bezoeken, kunnen rekenen op een hartelijke ontvangst. Onder de bezoekers zijn ook Nederlandse veteranen, die als jonge mannen in Indonesië hebben gediend. Ze zijn nu rond de tachtig; veel van hun collega-militairen van toen zijn al overleden.
Lang is het in Nederland stil geweest rond dit drama. In de beroemde ’Excessennota’ uit 1969 werd het bloedbad van Rawagede wel genoemd, maar het rapport noemde een aantal van 150 slachtoffers. Het onderzoek kwam er op aandringen van het parlement.
Rawagede is zonder twijfel een van de ernstigste schendingen van mensenrechten tijdens de Nederlandse acties. Toch heeft Nederland nooit een gebaar gemaakt naar de overlevenden, voor het aangedane leed. In het dorp leeft nog altijd de hoop dat Nederland dat alsnog zal doen. Het zou bijzonder bijdragen aan verzoening tussen Nederland en Indonesië. De relaties zijn de laatste jaren aanzienlijk verbeterd, met name tijdens de periode van Minister Bot op Buitenlandse Zaken. Maar er zijn nog littekens die de verhouding schaden.
Een desa als Rawagede zou gebaat zijn met geld voor de plaatselijke ontwikkeling. Tien jaar geleden was er een overlevende die hoopte 200.000 rupiah te ontvangen – omgekerend nog geen 20 euro. Ze had plannen om met dat beetje geld haar opbrengst aan rijst en andere gewassen te verbeteren.
In Indonesië en Nederland is in 2005 een Comité Ereschulden Nederland opgericht (
www.kukb.nl), dat de rechtmatige eisen voor schadevergoeding bij Nederland aanhangig maakt. Gisteren heeft dit comité een petitie aangeboden aan Tweede Kamerleden met het verzoek dit onderwerp te willen agenderen.
Nederlandse kampslachtoffers eisen terecht compensatie van de Japanse regering voor in de Tweede Wereldoorlog aangedaan leed. Om precies dezelfde reden hebben Indonesische slachtoffers van Nederlandse wandaden recht op excuses en compensatie.
Het is de hoogste tijd.
Dit artikel is medeondertekend door Jan Eijken (rk pastor Den Haag), Onno Meijer en Goos Blok, Jan Glissenaar en Maarten Schaafsma (oud- militairen Indonesië).